De last onder dwangsom moet worden beschouwd in directe combinatie met de last onder bestuursdwang. Alleen als op grond van een belangenafweging (lees: de evenredigheidstoets) wordt geconcludeerd dat een last onder bestuursdwang (sluiting) vanwege bijzondere omstandigheden niet evenredig is of om andere reden geen geschikt middel is (zulks ter beoordeling van de burgemeester), kan ervoor gekozen worden in plaats daarvan een last onder dwangsom op te leggen. Kiest de burgemeester hiervoor dan moet van de (hoogte van de) dwangsom een voldoende afschrikkende werking uitgaan. De last onder dwangsom moet daadwerkelijk effectief zijn in de voorkoming van de herhaling van de overtreding van de Opiumwet. Bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom kan onder meer rekening worden gehouden met de vermoedelijke opbrengst van de (te produceren) drugs. Dit wordt vermeerderd met een financiële prikkel.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.4.
Artikel 2.4.2.
Last onder dwangsom
Onderdeel van Beleidsregel artikel 13b Opiumwet (Wet Damocles) gemeente Baarle-Nassau 2026