Bij (alleen) woningen geldt, zoals gezegd, als wettelijk uitgangpunt dat bij een eerste constatering van een situatie als omschreven in artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet nog niet tot sluiting dient te worden overgegaan, maar moet worden volstaan met een waarschuwing of soortgelijke maatregel. Dit moet echter worden beschouwd als een uitgangspunt waarvan in ernstige gevallen mag worden afgeweken18O.a. ABRvS 28 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2912; Kamerstukken II 2005/06, 30 515, nr. 3, p. 8.. In dit kader wordt op grond van deze beleidsregels bij de toepassing van het regime bij een eerste overtreding onderscheid gemaakt tussen een geval van drugshandel ten opzichte van voorbereidingshandelingen.
Tegen de voorgaande achtergrond wordt tot uitgangpunt genomen dat de volgende indicatoren te gelden hebben als een ernstig geval.
Drugshandel
Is sprake van de onderstaande indicatoren, dan is volgens deze beleidsregels in beginsel sprake van een ernstig geval en is daarmee de noodzaak tot sluiting van een woning gegeven. Dit betreft geen limitatieve opsomming:
de hoeveelheid aangetroffen middelen als bedoeld in lijst I en/of lijst II van de Opiumwet overschrijdt significant gedoogde gebruikshoeveelheden harddrugs dan wel softdrugs;
een combinatie van handelshoeveelheden soft- en harddrugs overeenkomstig de Aanwijzing Opiumwet;
naast handelshoeveelheden soft- en/of harddrugs overeenkomstig de Aanwijzing Opiumwet, worden tevens attributen aangetroffen die te relateren zijn aan drugshandel, zoals verpakkingsmateriaal, een weegschaal, wapens en/of versnijdingsmiddelen, grote sommen contant geld;
de mate waarin de woning betrokken is bij, dan wel bekend staat als locatie waar drugshandel of drugsbezit aanwezig is (bijvoorbeeld blijkend uit meldingen uit de omgeving, verklaringen van bezoekers, waarnemingen van de politie of andere signalen);
er is sprake van (andere) strafbare feiten, zoals geweldsdelicten, wapenbezit in de zin van de Wet wapens en munitie, diefstal van stroom, etc., of er is sprake van openbare ordeverstoringen gerelateerd aan de woning. Bij gerelateerde feiten kan gedacht worden aan het in de woning aantreffen van personen met antecedenten op het gebied van geweld, drugs of wapenbezit, of van personen die dergelijke feiten eerder hebben begaan;
er is sprake van recidive: er zijn sterke aanwijzingen dat de betrokkene eerder betrokkenheid heeft gehad bij drugshandel19Vgl. ABRvS 14 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:851.;
er is sprake van verwijtbaar gedrag van de betrokkene. Dit kan het geval zijn als de betrokkene zelf een rol heeft gespeeld bij de aangetroffen drugs of dat hij/zij op de hoogte is dan wel redelijkerwijs op de hoogte kon zijn van de aanwezigheid van de aangetroffen drugs in de woning. Hierbij kan meewegen of sprake is van antecedenten, betrokkene relaties heeft met personen die bij de politie bekend staan als drugsdelinquenten of die bekend staan in verband met georganiseerde criminaliteit, of als de betrokkene zelf als zodanig bij de politie bekend staat. Ook speelt in dit verband mee, de mate waarin degene die een woning verhuurt of anderszins aan anderen in gebruik geeft, zich voldoende en tot op zekere hoogte heeft geïnformeerd over het gebruik dat van het pand wordt gemaakt. Woningeigenaren en hoofdhuurders moeten concreet toezicht houden op hun pand. Het is niet genoeg als zij het pand alleen maar bezoeken. Zij moeten ook controles uitvoeren die zijn gericht op het gebruik van het pand20Vgl. ABRvS 17 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2462.;
de mate van gevaarzetting of risico voor het woon- en leefklimaat in de omgeving en/of voor omwonende(n);
er sprake is van merkbare overlast vanuit de woning, waaronder openbare ordeverstoringen vanuit of rond de woning (dit kan blijken uit politiewaarnemingen, waarnemingen van toezichthouders en/of meldingen van buurtbewoners, etc.);
de aannemelijkheid dat naast de woning of het bijbehorende erf, nog een of meer andere locaties betrokken zijn bij de geconstateerde drugshandel (dit vormt een sterke indicator dat sprake is van betrokkenheid van een drugscircuit); en/of
bij hennepteelt of de productie van harddrugs, de inrichting, het bedrijfsmatig karakter, evenals de professionaliteit van de materialen in de hennepplantage/-kwekerij of productiepunt.
Voorbereidingshandelingen
Is sprake van de onderstaande indicatoren, dan is volgens deze beleidsregels in beginsel sprake van een ernstig geval en is daarmee de noodzaak tot sluiting van een woning gegeven. Deze opsomming is niet limitatief en geldt als aanvulling op de bovenstaande opsomming van indicatoren bij drugshandel:
de aard en omvang/hoeveelheid van de stoffen en/of goederen21Bijvoorbeeld artikel 1, tweede lid, van het Opiumwetbesluit.. Hierbij kan gedacht worden aan het voorhanden hebben van een chemische stof, apparatuur of aanverwante artikelen die niet of nauwelijks anders kunnen worden toegepast dan bij de productie, handel of transport van drugs;
de professionaliteit van de aangetroffen goederen en stoffen. Hierbij kan bij softdrugs aangesloten worden bij paragraaf 2.2.1 en bijlage 1 van de Aanwijzing Opiumwet. Bij harddrugs is dit een kwestie van een bestuurlijke beoordeling die kan worden gebaseerd op de feitelijke omstandigheden zoals door de politie vastgesteld. Gedacht kan worden aan voor de productie van harddrugs geprepareerde ketels. De mate van professionaliteit van de goederen en stoffen duidt op de betrokkenheid van een drugscircuit waarin die goederen en stoffen voorhanden zijn en beschikbaar worden gesteld;
de combinatie van aangetroffen stoffen en goederen. Hierbij kan gedacht worden aan het tegelijk voorhanden zijn van goederen en stoffen die voor (grootschalige) verwerking, transport of bereiding van harddrugs als softdrugs bedoeld zijn;
de mate van bekendheid van de woning en het daarbij behorende erf als locatie waar voorbereidingshandelingen plaatsvinden (bijvoorbeeld blijkend uit meldingen uit de omgeving, verklaringen van bezoekers, waarnemingen van de politie of andere signalen);
er is sprake van (andere) strafbare feiten, zoals geweldsdelicten, wapenbezit in de zin van de Wet wapens en munitie, diefstal van stroom, etc., of er is sprake van openbare ordeverstoringen gerelateerd aan de woning. Bij gerelateerde feiten kan ook gedacht worden aan het in de woning aantreffen van personen met antecedenten op het gebied van geweld, drugs of wapenbezit, of van personen die dergelijke feiten eerder hebben begaan (recidive);
de mate van risico of gevaar voor het woon- of leefklimaat in de omgeving en/of voor omwonenden. Hierbij kan gedacht worden aan een buurt die door drugscriminaliteit reeds zwaar onder druk staat of het gevaar dat een hennepkwekerij of drugslaboratorium met zich meebrengt, zoals fluctuaties op het stroomnet en (daardoor) brandgevaar, of door de ontwikkeling van giftige dampen.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.3.
Artikel 3.3.5.
Ernstig geval
Onderdeel van Beleidsregel artikel 13b Opiumwet (Wet Damocles) gemeente Baarle-Nassau 2026