Voorop staat dat inherent aan het sluiten van een woning is dat een bewoner de woning moet verlaten. Dit is op zichzelf geen bijzondere omstandigheid, maar dat kan onder omstandigheden anders zijn als sluiting een zgn. “individual and excessive burden” oplevert, bijvoorbeeld als de betrokkene na de sluitingsperiode niet meer in de woning kan terugkeren wegens ontbinding van de huurovereenkomst. Niet altijd hoeft dit aanleiding te geven voor een minder ingrijpende maatregel.
De burgemeester zal overeenkomstig de vaste rechtspraak informeren in hoeverre de betrokkene zelf vervangende woonruimte kan regelen, zoals bij familie, vrienden, kennissen of via andere kanalen. De verantwoordelijkheid om vervangende woonruimte te vinden ligt primair bij de betrokkene zelf22ABRvS 12 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4046.. Er kan echter een rol weggelegd zijn voor de burgemeester, bijvoorbeeld als de betrokkene na geleverde inspanningen, toch niet in staat blijkt een vervangend onderkomen te vinden. In dat geval kan van de burgemeester gevergd worden dat hij de mogelijkheden van vervangende huisvesting onderzoekt. Dit betreft een inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting. De betrokkene heeft geen afdwingbaar recht op een andere, vervangende woning via de gemeente23ABRvS 27 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2106.. De burgemeester hoeft dus niet concreet een vervangende woning aan te bieden.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.4.
Artikel 4.4.2.
Betrekken gevolgen sluiting
Onderdeel van Beleidsregel artikel 13b Opiumwet (Wet Damocles) gemeente Baarle-Nassau 2026