Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5:

Artikel 16.

Hoogte PGB

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Steenwijkerland

1.. De hoogte van het PGB voor een hulpmiddel of aanpassing wordt maximaal vastgesteld op: het bedrag van de goedkoopst compenserende voorziening in natura bij de leverancier waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten, zo nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering of; het bedrag van de kosten volgens de door het college geaccepteerde offerte als de gemeente voor de betreffende zaak geen overeenkomst heeft gesloten. 2.. De hoogte van het PGB voor het gebruik van individueel (rolstoel)taxivervoer wordt vastgesteld op bedragen op jaarbasis, waarbij het uitgangspunt geldt dat 2000 kilometer op jaarbasis binnen de eigen leef- en woonomgeving moet kunnen worden gereisd. Het college kan op het jaarbedrag een korting toepassen als sprake is van: verblijf in een instelling op grond van de Wet langdurige zorg; een samenvallende vervoersbehoefte; een beperkte (zelfstandige) vervoersbehoefte; andere aanwezige vervoersvoorzieningen of vervoersmogelijkheden. 3.. De uitbetaling van een PGB voor (rolstoel)taxivervoer vindt plaats op basis van trekkingsrecht met een maximum van in de financiële verordening Wmo Steenwijkerland vastgestelde prijs per enkele rit. 4.. Tariefbepaling bij professionele organisaties Het tarief voor dienstverlening bedraagt 100% van het tarief voor gecontracteerde ondersteuning in natura, indien: De zorg wordt geleverd door een organisatie die is ingeschreven in het Handelsregister conform artikel 5, onderdelen a, c, d of e van de Handelsregisterwet 2007; De medewerkers beschikken over relevante beroepskwalificaties of diploma’s voor de uit het PGB te verrichten taken. Toelichting: Dit artikel waarborgt dat professionele zorgaanbieders met personeel aanspraak maken op het volledige PGB-tarief, mits zij voldoen aan de gestelde eisen. 5.. Tarief en inzet van zorgverleners zonder personeel Voorwaarden De budgethouder toont aan dat de zorgverlener voldoet aan de criteria voor zelfstandig ondernemerschap zoals vastgesteld door de Belastingdienst. Er mag geen sprake zijn van gezagsverhouding, structurele afhankelijkheid of exclusieve inzet. Toetsing Het college toetst bij aanvraag of de inzet rechtmatig is en geen risico vormt op schijnzelfstandigheid. Het college kan aanvullende informatie opvragen, waaronder een motivering en alternatieve zorgopties. Controle en handhaving Het college controleert periodiek op rechtmatigheid. Indien er sprake is van opzet kan het PGB bij schijnzelfstandigheid of onrechtmatige inzet worden aangepast, ingetrokken of teruggevorderd Overgangsregeling Voor bestaande budgethouders geldt een overgangsperiode tot 01-01-2027 om te voldoen aan de regels in de geldende verordening. Toelichting: Dit artikel voorkomt misbruik en waarborgt de kwaliteit van zorg door zzp’ers. Tariefbepaling zzp’ers versus organisaties Het tarief bedraagt 75% van het natura-tarief indien de zorg wordt geleverd door een zelfstandige zonder personeel. Het tarief bedraagt 100% van het natura-tarief indien de zorg wordt geleverd door een organisatie met personeel, conform artikel 2. Toelichting: Dit artikel maakt onderscheid op basis van professionaliteit, continuïteit en toezicht. Het tarief voor dienstverlening door een persoon uit het sociaal netwerk (ook indien deze persoon beroepsmatig ondersteuning verleend) bedraagt een reële vergoeding. De hoogte van de vergoeding wordt gebaseerd op onderstaande uitgangspunten: De hoogte van het PGB voor informele hulp is bij het bestaan van een dienstbetrekking gelijk aan het minimumloon, vermeerderd met de vakantiebijslag en tegenwaarde van de verlofuren. Indien de budgethouder werkgeverslasten moet afdragen, wordt het budget met die lasten verhoogd. Een tegenwaarde voor de verlofuren wordt voor de informele hulpverlener alleen vergoed aan zorgverleners als dit noodzakelijk is voor de kosten van een tijdelijke vervanger tijdens verlofuren. Toelichting: Dit artikel volgt jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en voorkomt onderbetaling van informele zorgverleners. PGB-vaardigheid van de budgethouder De budgethouder toont aan dat hij of zij in staat is het PGB rechtmatig en doelmatig te beheren. Het college toetst dit aan de hand van een PGB-plan, de 10 PGB-vaardigheidspunten en eventueel een gesprek. Indien de budgethouder onvoldoende vaardig blijkt, kan het PGB worden geweigerd of beperkt. Toelichting: Dit artikel borgt dat het PGB alleen wordt toegekend aan personen die het verantwoord kunnen beheren. De hoogte van het PGB voor beschermd wonen wordt vastgesteld op basis van het voor de inwoner van toepassing zijnde zorgarrangement. Kwaliteitseisen PGB – Wmo 2026 De gemeente stelt eisen om te waarborgen dat de ondersteuning veilig, doeltreffend en cliëntgericht wordt geleverd. In de nadere regels zijn de kwaliteitseisen beschreven die gelden voor zorgverleners die worden ingezet via een Persoonsgebonden Budget (PGB) op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015. Het college stelt de hoogte van de tarieven vast in het financieel besluit WMO Steenwijkerland.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel