Bij de beoordeling als bedoeld in artikel 8.2 1. wordt, voor zover daartoe aanleiding is, rekening gehouden met:
de samenstelling van de leefeenheid van de inwoner en diens huisgenoot of huisgenoten;
de aard van de relatie tussen de inwoner en diens huisgenoten;
de inhoudelijke aard, de omvang en de complexiteit van de ondersteuningsbehoefte van de inwoner;
de beschikbaarheid en de praktische, lichamelijke en geestelijke mogelijkheden van de huisgenoot of de huisgenoten voor het ondersteunen van de inwoner bij diens zelfredzaamheid en participatie dan wel het zich handhaven in de samenleving;
de mate waarin en de wijze waarop de inwoner voorafgaand aan de melding is ondersteund door diens huisgenoot of huisgenoten op het terrein van zelfredzaamheid en participatie dan wel het zich handhaven in de samenleving;
overige relevante omstandigheden van de huisgenoot of huisgenoten van de inwoner die redelijkerwijs van invloed kunnen zijn op de mogelijkheid om de inwoner hulp te bieden op het terrein van zelfredzaamheid en participatie dan wel het zich handhaven in de samenleving.
In aansluiting op de artikelen 1.2.1, onder a. en 2.3.5 lid 3 van de wet Wmo 2015 wordt geen maatwerkvoorziening verstrekt voor zover de inwoner de problematiek waarvoor in het gegeven geval een maatwerkvoorziening wordt aangevraagd, kan verminderen of wegnemen:
door gebruik te maken van zijn eigen kracht;
met gebruikelijke hulp van huisgenoten;
met mantelzorg of hulp van anderen uit zijn sociale netwerk;
door gebruik te maken van algemene voorzieningen;
door gebruik te maken van algemeen gebruikelijke voorzieningen, zaken of diensten.
Hoofdstuk 3:
Artikel 8.3
Beoordeling leefeenheid gebruikelijke hulp
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Steenwijkerland