Alle begrippen die niet zijn uitgelegd hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
In deze beleidsregels betekent:
de wet: de Participatiewet;
belanghebbende: de alleenstaande of het gezin die in aanmerking wenst te komen voor bijzondere bijstand;
bijstandsnorm: de bijstandsnorm volgens artikel 5 onder c van de wet, zonder toepassing van artikel 22a van de wet;
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zevenaar;
draagkracht: het deel van het inkomen en/of vermogen dat de belanghebbende geacht wordt aan te wenden om in de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd te voorzien;
duurzame gebruiksgoederen: gebruiksgoederen die bestemd zijn voor een duurzaam gebruik, zoals bijvoorbeeld een koelkast, wasmachine, bed, matras en bankstel;
inkomen: het inkomen volgens artikel 31 tot en met 33 van de wet;
nibud prijzengids: de jaarlijks door het Nationaal instituut voor budgetvoorlichting (Nibud) uitgegeven gids met een overzicht van de prijzen van diverse artikelen en diensten;
stofferingskosten: de kosten voor inrichting zoals behang, gordijnen, verf en vloerbedekking.
Wlz: Wet langdurige zorg;
Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
Wsf: Wet studiefinanciering 2000;
Wsnp: Wet schuldsanering natuurlijke personen;
woonkosten:
Bij huur van een woning, een woonwagen of een woonboot, de rekenhuur per maand volgens artikel 5 van de Wet op de huurtoeslag;
Bij eigendom van een woning, woonwagen of een woonboot:: de maandelijkse hypotheekrente en zakelijke lasten per maand;
zelfstandige: de zelfstandige als bedoeld in artikel 2 van het Bbz 2004;
Hoofdstuk 1
Artikel 1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Zevenaar 2026