Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 7.

Draagkracht uit inkomen

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Zevenaar 2026

1.. Draagkracht uit inkomen wordt vastgesteld volgens artikel 31, 32 en 33 van de wet. 2.. De draagkracht is een percentage van het netto inkomen boven 110% van de bijstandsnorm, op het moment van aanvraag. 3.. Voor het vaststellen van de draagkracht gelden de onderstaande draagkrachtpercentages voor het inkomen: 15% van het netto inkomen exclusief vakantiegeld boven 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm tot een bedrag van € 2.750,- per jaar; 30 % van het netto inkomen exclusief vakantiegeld boven 110% de van toepassing zijnde bijstandsnorm dat meer dan € 2.750,- per jaar; 100% van het netto inkomen exclusief vakantiegeld boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm in geval van woonkostentoeslag. 4.. Bij de bepaling van de draagkracht wordt de kostendelersnorm als bedoeld in artikel 22a van de wet buiten beschouwing gelaten. Voor de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in lid 3 moet als de kostdelersnorm van toepassing is, worden gelezen: de norm die van toepassing zou zijn geweest als de kostdelersnorm niet geldt. 5.. De middelen als bedoeld in artikel 31 lid 2 van de wet worden vrijgelaten. 6.. De alleenstaande ouderkop (ALO kop) wordt niet in aanmerking genomen bij de vaststelling van de draagkracht. 7.. Bij zelfstandig ondernemers wordt de draagkracht berekend op basis van het inkomen over het kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag. Basis hiervoor is in beginsel de (voorlopige) aanslag over dat jaar en secundair de belastingaangifte. Wijkt de draagkracht van de zelfstandige op moment van de aanvraag substantieel af (20 procent of meer], dan wordt de draagkracht van de zelfstandige in afwijking van de eerste volzin vastgesteld op basis van de gegevens die bekend zijn over het inkomen op moment van de aanvraag of de laatste 6 maanden voorafgaand aan de aanvraag. Basis hiervoor is de laatste kwartaalaangifte/BTW aangifte die is gedaan. 8.. Bij het vaststellen van de draagkracht wordt de studietoeslag, bedoeld in artikel 36b van de wet tot de middelen gerekend. 9.. Bij het vaststellen van de draagkracht vanaf de datum van AOW-gerechtigde leeftijd, hanteren we de norm van de AOW. 10.. Giften tot een bedrag van € 1200,00 worden niet tot de middelen gerekend in de volgende gevallen: als deze worden verstrekt voor kosten waarvoor in algemene zin bijzondere bijstand (of een WMO/jeugdvoorziening) kan worden verleend. als deze worden verstrekt voor noodzakelijke kosten of voor medisch noodzakelijke kosten. Dit geldt alleen als de levensstandaard hierdoor niet onverantwoord wordt verhoogd. 11.. Tot het inkomen wordt gerekend behaalde opbrengsten uit gokken. Er moet sprake zijn van een goede administratie die de inleg en de behaalde opbrengst aantoont per gokactiviteit. Indien de behaalde opbrengst hoger is dan de hoogte van de inleg wordt dit tot het inkomen gerekend. Indien er geen sprake is van een goede administratie die de inleg en de behaalde opbrengst aantoont per gokactiviteit worden de opbrengst en de inleggelden als inkomen aangemerkt, tenzij op dezelfde datum bij dezelfde gokinstelling zowel geld is ingelegd als uitbetaald. In dat geval wordt alleen de behaalde opbrengst als inkomen aangemerkt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel