Deze verordening verstaat onder:
- beleid: gedragslijn, project, programma of plan van de gemeente om een bepaald doel te realiseren;
- gemeente: een publiekrechtelijke rechtspersoon en de kleinste eenheid van territoriaal openbaar bestuur, bestuurd door een gemeenteraad en een college van burgemeester en wethouders, met regelgevende bevoegdheid binnen haar grondgebied;
- bestuursorgaan: het bestuursorgaan dat bevoegd is, afhankelijk van de inhoud van het beleid of de taak is dat de gemeenteraad, het college of de burgemeester;
- college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noardeast-Fryslân;
- inspraak: de mogelijkheid die een bestuursorgaan inwoners en belanghebbenden biedt om hun mening te geven als bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet;
- spoedeisendheid: een situatie waarin snel handelen noodzakelijk is om schade, gevaar of ernstige verstoring van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of het functioneren van de gemeente te voorkomen, waardoor het niet mogelijk is om het participatieproces of de uitkomst daarvan af te wachten;
- kwetsbare groepen: personen of gemeenschappen die door fysieke, psychische, sociale, economische of juridische omstandigheden beperkt zijn in hun mogelijkheden om volwaardig deel te nemen aan de samenleving;
- ondergeschikte herziening: een kleine, aanvullende of ondersteunende maatregel of aanpassing binnen een bestaand beleidskader, project of voorziening, die geen wezenlijke invloed heeft op het doel, de werking of de impact ervan. Het betreft doorgaans technische, praktische of administratieve wijzigingen die geen brede participatie vereisen;
- dorpencoördinator: een gemeentelijke functionaris die fungeert als brug tussen initiatiefnemers en de gemeentelijke organisatie;
- inwoners: ingezetenen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet;
- inwonersparticipatie: op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid;
- maatschappelijke partijen: verenigingen, stichtingen, buurtcomités, sociale ondernemingen zonder winstoogmerk en andere organisaties [die een collectief vormen en] die tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving binnen de gemeente;
- ondernemers: bedrijven en instellingen die statutair binnen de gemeente zijn gevestigd of in hoofdzaak binnen de gemeente hun activiteiten verrichten;
- uitdaagrecht: het recht van inwoners en maatschappelijke partijen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen als bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet;
- overheidsparticipatie: de manier waarop de gemeente ondersteuning of een bijdrage geeft aan initiatieven van inwoners, organisaties, bedrijven of andere belanghebbenden;
- participatieladder: de verschillende niveaus van participatie: meeweten, meedenken, meedoen, meebeslissen;
- inzagetermijn: een periode waarin een ontwerp of beleidsvoornemen voor alle inwoners ter inzage wordt gelegd bedoeld om breed zienswijzen te verzamelen;
- participatiepool: een verzameling van doelgroepen die de gemeente rechtstreeks betrekt bij het ontwikkelen, uitvoeren en evalueren van beleid. In deze werkwijze staat ervaringskennis centraal;
- ervaringskennis: kennis die ontstaat door ervaringen bij elkaar te brengen of door te reflecteren op ervaringen;
- kerngroep participatie en ervaringskennis: een afvaardiging van de doelgroepen in de participatiepool en ambtenaren. Deze groep coördineert en evalueert de participatiepool.
Hoofdstuk 1.
Artikel 2.
Definities
Onderdeel van Participatieverordening gemeente Noardeast-Fryslân 2025