Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 7.

Toepassen Overheidsparticipatie

Onderdeel van Participatieverordening gemeente Noardeast-Fryslân 2025

1. Burgemeester en wethouders stimuleren en ondersteunen de participatie vanuit dorpen en wijken, zodat gemeente en inwoners samenwerken aan een leefbare Mienskip. 2. Uitgangspunt is een oplossingsgerichte en constructieve benadering van deze initiatieven en het bieden van helderheid over mogelijkheden en randvoorwaarden. 3. Het bestuursorgaan kan onder meer afzien van participatie aan inwonersinitiatieven als er redenen zijn om aan te nemen dat: a. er sprake is van onvoldoende draagvlak voor het initiatief bij omwonenden, belanghebbenden of de betrokken inwoners; b. het initiatief naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders op financiële, juridische of praktische gronden niet haalbaar is; c. het een onderwerp betreft waartegen een bezwaar- of beroepsprocedure in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht loopt of onderwerpen waarover de burgerlijke rechter is gevraagd een oordeel uit te spreken; d. een onderwerp dat overwegend het privébelang van de indiener dient; e. geen maatschappelijk belang dient. 4. Indien het bestuursorgaan besluit om overheidsparticipatie toe te passen, kunnen zij besluiten het inwonersinitiatief te ondersteunen door middel van: a. het (eventueel tijdelijk) ter beschikking stellen van ruimtes of huisvesting; b. het beschikbaar stellen van een aanjaagbudget, subsidie of andere financiële middelen; c. de inzet van ambtelijke expertise, netwerken of ondersteuning; d. andere vormen van ondersteuning. 5. Het bestuursorgaan informeert de indieners van het inwonersinitiatief over het besluit om wel of niet overheidsparticipatie toe te passen. Bij toepassen van overheidsparticipatie geeft het bestuursorgaan het vervolg van het proces aan. 6. Burgemeester en wethouders stimuleren en ondersteunen de ontwikkeling van inwonersinitiatieven.

Rechtspraak bij dit artikel