Naar hoofdinhoud
1.. Het Dagelijks Bestuur stelt elk jaar een kadernota en een ontwerpbegroting van inkomsten en uitgaven op voor komend dienstjaar van OVER-gemeenten, voorzien van de nodige toelichting en specificaties. 2.. Het Dagelijks Bestuur zendt de kadernota en de ontwerpbegroting via de colleges aan de raden met inachtneming van artikel 34b van de Wet en artikel 26 van deze regeling. 3.. OVER-gemeenten draagt er zorg voor dat de ontwerpbegroting voor eenieder ter inzage wordt gelegd. 4.. De raden kunnen bij het Dagelijks Bestuur binnen acht weken hun zienswijze over de ontwerpbegroting van OVER-gemeenten naar voren brengen. Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren op de zienswijzen bij deze ontwerpbegroting, zoals deze aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden. Vervolgens maken de colleges een voorstel aan hun raad om te beslissen over de zienswijzemogelijkheid. 5.. Het Algemeen Bestuur stelt de begroting van OVER-gemeenten vast met inachtneming van artikel 34, eerste lid en artikel 35, vierde, vijfde en zesde lid van de Wet. 6.. Een voorjaarsbericht of najaarsbericht wordt aan de raden van de deelnemende gemeenten om zienswijze voorgelegd indien daarin wordt beslist over beleid of budget waar de raad het primaat over heeft. Voor zover beleid of budget bij wet, bij delegatie, of bij mandaat bij het college c.q. de colleges belegd, wordt er geen zienswijzeprocedure gevoerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel