Naar hoofdinhoud
1.. Het subsidiebedrag voor het CMWW is als volgt opgebouwd: De hogere inkomsten uit de uurprijs worden in mindering gebracht op het subsidiebedrag. Het definitieve subsidiebedrag is mede afhankelijk van de specifieke rijksuitkering OAB (OnderwijsAchterstandenBeleid ) Het definitieve subsidiebedrag is mede afhankelijk van het aantal ouders dat gebruik kan maken van de KOT. Bij de subsidietoekenning wordt uitgegaan van de meest recente verdeling van ouders met recht op KOT en geen recht op KOT. Bij de vaststelling van de subsidie wordt uitgegaan van de daadwerkelijke kosten en inkomsten. 2.. Het subsidiebedrag voor de overige kinderopvanginstellingen bedraagt een vast bedrag voor een groep peuters met een VE-aanbod. Voor 2026 is dit bedrag bepaald op € 24.945,14 per VE-groep voor een volledig kalenderjaar. Dit bedrag kan jaarlijks geïndexeerd worden. Er wordt een extra bedrag uitgekeerd als de aanbieder op peildatum 1 januari van het jaar waarover de subsidie is uitgekeerd meer dan 4 doelgroepkinderen in een groep heeft. Bij 5 of 6 doelgroepkinderen komt er + € 2.000,00 op de plussubsidie en bij 7 of 8 doelgroepkinderen komt er nogmaals + € 2.000,00 op de plussubsidie. De aanbieder zal moeten aantonen dat er sprake is van meer dan 4 doelgroepkinderen, die 16 uur VVE per week hebben gevolgd. Dit kan door het overleggen van een lijst met initialen, woonplaats en het type indicatie van de kinderen op de peildatum. Omdat een subsidie niet bij vaststelling verhoogd mag worden, zal een nieuwe aanvraag moeten worden ingediend voor de plussubsidie. Dit kan tot het aandienen van de verantwoording van het jaar waarover de subsidie is uitgekeerd. 3.. Vooralsnog wordt de huidige subsidiemethode voor het CMWW voortgezet. De subsidiemethode voor de overige kinderopvangorganisaties bestaat uit een vast bedrag per VE-groep, zoals vermeld in lid 2.

Rechtspraak bij dit artikel