Indien geen toepassing is gegeven aan artikel 6, de klacht niet voor bemiddeling in aanmerking komt, bemiddeling niet gewenst is of bemiddeling niet heeft geleid tot intrekking van de klacht, heeft de beklaagde de gelegenheid een toelichting te geven op de gedraging waarover is geklaagd. Klager en beklaagde kunnen zich bij de klachtenbehandeling laten bijstaan.
De commissie stelt de klager en degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft, in de gelegenheid om te worden gehoord. Ook hier kunnen de klager en de beklaagde zich bij de klachtenbehandeling laten bijstaan.
Van het horen van de klager kan worden afgezien indien:
de klacht kennelijk ongegrond is;
de klager heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord, of
de klager niet binnen een door de secretaris gestelde redelijke termijn verklaart dat hij gebruik wil maken van het recht te worden gehoord.
Van het horen wordt een verslag gemaakt.
De klachtencommissie zendt aan de klager, de verantwoordelijk leidinggevende, de beklaagde en het college binnen zes weken nadat de klager zich tot de klachtencommissie heeft gewend een rapport van bevindingen, vergezeld van het advies en eventuele aanbevelingen. Het rapport bevat het verslag van het horen. Deze termijn wordt opgeschort gedurende de in artikel 7 genoemde bemiddeling.
Indien het voor de commissie niet mogelijk is een rapport van bevindingen uit te brengen binnen de in het vorige lid genoemde termijn, doet zij daarvan binnen die termijn schriftelijk met redenen omkleed mededeling aan de klager, de verantwoordelijk leidinggevende en degene over wie wordt geklaagd onder vermelding van de termijn waarbinnen zij een oordeel zal uitbrengen.