**1..** Het in artikel 3.1.2, eerste of tweede lid, opgenomen verbod is niet van toepassing op het:
het omzetten van een deel van een zelfstandige woonruimte in één onzelfstandige woonruimte:
ten behoeve van inwoning mits het huishouden van de hoofdbewoner de zelfstandige woonruimte minimaal een half jaar heeft bewoond voordat van de hiervoor bedoelde omzetting sprake was;
ten behoeve van mantelzorg verleend door het huishouden van de hoofdbewoner aan eerste- of tweedegraads familieleden die de onzelfstandige woonruimte bewonen; of,
indien de onzelfstandige woonruimte bewoond wordt door eerste- of tweedegraads familieleden van het huishouden van de hoofdbewoner;
het woningvormen uit een zelfstandige woonruimte ten behoeve van één extra zelfstandige woonruimte, mits de oorspronkelijke woonruimte:
tenminste een bruto gebruiksoppervlak (volgens NEN 2580) heeft van 200 m2;
de nieuw te vormen woonruimte tenminste een bruto gebruiksoppervlak van ten minste 50 m2 (NEN 2580) heeft;
het splitsen ten behoeve van zelfstandige woonruimten ontstaan als gevolg van woningvorming bedoeld onder b;
gevallen, door de gemeenteraad als zodanig aangewezen in een op grond van artikel 3.3.1 vast te stellen experimentenregeling.
**2..** Omzetten, woningvormen en splitsen en experimentenregeling als bedoeld in het eerste lid is slechts toegestaan voor zover:
dat niet in strijd is met, of zou leiden tot een situatie die in strijd is met, het geldende omgevingsplan of voorschriften van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Voor zover voor het omzetten, woningvormen en splitsen als bedoeld in het eerste lid een omgevingsvergunning vereist is, geldt de vrijstelling op voorwaarde dat deze omgevingsvergunning is verleend; en
voldaan wordt aan de daarvoor op grond van het derde lid vastgestelde voorschriften en beperkingen.
**3..** Burgemeester en wethouders kunnen bij nadere regels aanvullende voorschriften of beperking vaststellen die van toepassing zijn op de gevallen die onder de in het eerste lid opgenomen vrijstellingen vallen:
in het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad; of,
ter voorkoming van een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.3
Vrijstelling van de vergunningplicht
Onderdeel van Huisvestingsverordening Uithoorn 2026