Bij de inzet van aangepast vervoer is het uitgangspunt dat leerlingen samen met andere leerlingen worden vervoerd in een touringcar, taxibusje of personenauto.
In zeer uitzonderlijke gevallen kan individueel vervoer worden toegekend als ouders dit aantonen op basis van een deskundig onafhankelijk onderzoek waaruit blijkt dat één van onderstaande situaties zich voordoet:
er is een medische noodzaak;
het individueel vervoer is niet te voorkomen door begeleiding mee te laten gaan in het gecombineerde vervoer; of
de leerling moet de rest van de dag individueel worden begeleid.
Het individueel vervoer wordt toegekend voor de duur van maximaal drie maanden, dat aan de hand van opnieuw een belangenafweging, verlengd kan worden.
Hoofdstuk 5.
Artikel 14