Naar hoofdinhoud
De pgb-beheerder mag niet ook (direct of indirect) zorgverlener zijn die uit het pgb wordt betaald. Onder indirect wordt verstaan: als de vertegenwoordiger financieel of organisatorisch verbonden is aan de aanbieder die uit het pgb wordt betaald (bijvoorbeeld bestuurder, mede‑eigenaar of in loondienst). Uitzondering is alleen mogelijk bij gemotiveerde individuele beoordeling, als ondanks de rolvermenging toch geen reëel risico op belangenverstrengeling en onvoldoende controle bestaat; De vertegenwoordiger moet kritisch, objectief en onafhankelijk de geleverde zorg kunnen beoordelen en zorgen voor verantwoord beheer. De vertegenwoordiger staat op voldoende afstand van de zorgverlener en heeft geen (financieel) belang bij de omvang of vorm van de ingekochte ondersteuning. Bij de beoordeling of een vertegenwoordiger voldoende onafhankelijk, kritisch en objectief is onderzoekt het Wmo-loket: of er sprake is van een familierelatie tussen vertegenwoordiger en zorgverlener (partner of bloed-/aanverwant in de 1e of 2e graad); of er sprake is van een zakelijke/economische relatie tussen vertegenwoordiger en zorgverlener (bijvoorbeeld mede‑eigenaar, bestuurder, werknemer of anderszins financieel belang bij de aanbieder). In deze situaties toetst het Wmo-loket zwaarder op belangenverstrengeling. Als uit het onderzoek blijkt dat de vertegenwoordiger niet voldoende onafhankelijk is, wordt de betreffende persoon niet als pgb‑vertegenwoordiger geaccepteerd en kan het pgb worden geweigerd of beëindigd, wegens het niet voldoen aan artikel 2.3.6, tweede lid, onderdeel a Wmo 2015. Het Wmo-loket kan een onafhankelijk deskundig oordeel vragen over de bekwaamheid en onafhankelijkheid van de beoogde vertegenwoordiger.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel