De cliënt en eventueel huisgenoten moeten meewerken aan het onderzoek door informatie te verstrekken waarvan het Wmo-loket vindt dat die redelijkerwijs nodig is voor het onderzoek, zoals persoonlijke gegevens, begeleidingsplannen, gegevens over mantelzorgers en BRP-gegevens. Bij een onderzoek in verband met een probleem met de woning, kan het nodig zijn dat de cliënt informatie verstrekt over zijn woonlasten, eventuele aanspraak op huurtoeslag en de vraag of hij al dan niet gebruik zou kunnen maken van een sociale huurwoning. Wanneer een cliënt een voorziening nodig heeft door toedoen van een derde, bijvoorbeeld na een verkeersongeval door schuld van een ander, kan het nodig zijn dat de cliënt informatie verstrekt over een eventuele schadevergoedingsprocedure.
Om een zorgvuldig besluit te kunnen nemen op een aanvraag en om de rechtmatigheid van een toegekende voorziening te beoordelen, is het nodig dat de cliënt en eventueel huisgenoten meewerken aan het onderzoek, waaronder gesprekken, huisbezoeken of het opvragen van medisch advies.
Het Wmo-loket mag hierboven genoemde gegevens vragen voor zover die nodig zijn voor het onderzoek.
Wanneer de cliënt of zijn huisgenoten onvoldoende meewerken, kan dit gevolgen hebben voor het toekennen van de gevraagde voorziening of op het recht op een al toegekende voorziening. Mogelijk kan het recht op de gevraagde voorziening niet worden vastgesteld als de cliënt of zijn huisgenoten onvoldoende meewerken aan het onderzoek. Het Wmo-loket kan besluiten een voorziening niet toe te kennen, de levering van een voorziening stop te zetten of een eerder besluit te herzien.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.2
Artikel 4.2.2