Bij een melding in verband met een ondersteuningsbehoefte op het gebied van het schoon en leefbaar houden van het huis wordt eerst gekeken naar wat de cliënt zelf, al dan niet met hulp of hulpmiddelen, nog kan doen of kan regelen. Een eenvoudige aanpassing kan soms voldoende zijn om de taken zelf (deels) te blijven doen, zoals: de wasmachine op een verhoging plaatsen, een droger aanschaffen of een bezem gebruiken om gladde vloeren schoon te houden. Als een cliënt door een energetische beperking niet lang achter elkaar huishoudelijke taken verrichten, verwacht het Wmo-loket dat hij de taken zo veel mogelijk over de week verspreid en gefaseerd uitvoert.
Voorbeeld:
Een cliënt kan lichte huishoudelijke taken (stof afnemen, afwassen) zelf uitvoeren als hij de taken over meerdere dagen verspreidt. De cliënt krijgt voor deze taken geen Wmo-ondersteuning.
Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.1
Artikel 6.1.1