Het doel van zowel begeleiding individueel als van specialistisch is het versterken, activeren of stabiliseren van:
sociale contacten en participatiemogelijkheden.
creëren van inzicht en ondersteuning in eigen netwerk.
zelfredzaamheid, zelfvertrouwen, algemene dagelijkse levensverrichtingen.
zelfregie over het dagelijks regulerend vermogen (beslissen, regelen, plannen, taken uitvoeren). Hierbij horen onder andere financiën en contacten met instanties.
acceptatie en leren omgaan met de (chronische) beperking.
zingeving in het dagelijks leven.
dreigende overbelasting bij de mantelzorger(s) voorkomen en ondersteuning inschakelen.
De begeleiding kan ook gericht zijn op de administratie en het verbeteren of behouden van de omgang met financiën. Hierbij beperkt de begeleiding zich tot budgetcoaching. Het geheel of gedeeltelijk overnemen van het beheer over de financiën kan geen onderdeel zijn van de begeleiding. Onder budgetcoaching wordt verstaan ondersteuning bij:
Het kunnen overzien van inkomsten en uitgaven;
Het kunnen begroten van uitgaven en het correct kunnen uitvoeren van betalingen;
Het kunnen maken van afspraken en het kunnen voorkomen van schulden.
Budgetcoaching wordt altijd samen met de cliënt uitgevoerd.
In de onderstaande tabel is opgenomen voor welke doelgroep en voor welke problematiek begeleiding individueel regulier en begeleiding individueel specialistisch is bedoeld. Het Wmo-loket kent de zorgzwaarte toe die overwegend van toepassing is.
Begeleiding individueel regulier
Begeleiding individueel specialistisch
Doelgroep
Doelgroep
Cliënten met alleen een verstandelijke, lichamelijke of geriatrische beperking of psychosociale problemen
Cliënten die vanuit de doelgroep GGZ (inclusief verslaving en niet-aangeboren hersenletsel) al dan niet in combinatie met een verstandelijke beperking, waarbij sprake is van belemmeringen bij de zelfstandigheid en waarbij het merendeel van onderstaande criteria van toepassing is:
Cliënten vanuit de doelgroep GGZ (inclusief verslaving en niet-aangeboren hersenletsel) al dan niet in combinatie met een verstandelijke beperking, waarbij sprake is van een zelfredzaamheidsvraagstuk en het merendeel van onderstaande criteria van toepassing is:
De cliënt vertoont gedrag dat redelijk constant is
De cliënt vertoont zeer regelmatig onvoorspelbaar gedrag
De situatie is onvoorspelbaar, de cliënt is zeer snel (psychisch) uit balans, met bijvoorbeeld psychoses tot gevolg.
De cliënt heeft beperkt regieverlies en/of de gevolgen voor het dagelijks leven zijn beperkt
Er is sprake van ernstig regieverlies en grote gevolgen voor het dagelijks leven
De cliënt is nog redelijk actief
De cliënt is veelal passief / zeer beperkt actief
De cliënt heeft redelijk inzicht in de eigen beperking of ziekte
De cliënt heeft geen of beperkt ziekte-inzicht
Er is sprake van geen of stabiel medicatiegebruik
De cliënt moet leren omgaan met veranderingen in bijvoorbeeld medicatiegebruik
Er is sprake van een justitieel kader
Vereiste deskundigheid
Vereiste deskundigheid
Het ziektebeeld van de cliënt niet dermate complex is dat een hoge graad van deskundigheid nodig is in de omgang met cliënt of om escalaties te voorkomen.
Het ziektebeeld van de cliënt is dermate complex dat een hoge graad van
deskundigheid nodig is in de omgang met cliënt of om escalaties te
voorkomen. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan dreigende
opname, ernstige zelfverwaarlozing, ernstige zelfbeschadiging, ernstige
woonoverlast en een groot risico op negatieve beïnvloeding van de cliënt
met verstrekkende gevolgen
De begeleider kan tijdelijk ook taken overnemen, maar het doel is altijd om de cliënt zo zelfstandig mogelijk te laten functioneren.
De begeleider kan hooguit tijdelijk taken
overnemen.
Er is sprake van een justitieel kader.
Hoofdstuk 7. › Paragraaf 7.2
Artikel 7.2.1.1