Bij Beschermd Wonen gaat het om het wonen in een accommodatie van een instelling met 24-uurstoezicht en begeleiding.
Beschermd Wonen is voor cliënten (18+) die zeer beperkt zelfredzaam zijn als gevolg van (meervoudige) complexe problematiek op het gebied van psychiatrie, psychosociaal, verslaving eventueel in combinatie met een (licht) verstandelijke beperking. De problematiek is zo groot dat begeleiding intensief of veelvuldig ongepland noodzakelijk is in een 24- uursvoorziening.
Het is gericht op:
het bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie;
het psychisch en psychosociaal functioneren;
stabilisatie van het psychiatrisch ziektebeeld;
het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast;
of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen.
Landelijke toegankelijkheid
Daarnaast is Beschermd wonen een landelijke toegankelijke voorziening, dat betekent dat cliënten uit Nederland zich in alle gemeenten kunnen melden voor deze voorziening. Vanuit dit uitgangspunt is er een aparte Beleidsregel landelijke toegankelijkheid Beschermd wonen Valleiregio opgesteld. In deze beleidsregel zijn afspraken neergelegd die in het regionale samenwerkingsverband ‘Valleiregio’ zijn gemaakt tussen de gemeenten Barneveld, Ede, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Wageningen en Veenendaal op het gebied van Beschermd Wonen en Beschermd Thuis.
Het kan voorkomen dat een cliënt van de Valleigemeenten zich tijdelijk wil vestigen in een van de andere Valleigemeenten. In het Handboek Beschermd wonen en Beschermd Thuis is dit nader uitgewerkt.
Afwegingskader voor Beschermd Wonen
Beschermd Wonen wordt geboden in drie varianten: middel, zwaar en intensief. In onderstaande tabel staan de afwegingscriteria voor de keuze van de zorgzwaarte. Het Wmo-loket kent de zorgzwaarte toe die overwegend van toepassing is
Middel
Zwaar
Intensief
In de begeleiding ligt de nadruk op het motiveren en stimuleren van de cliënt met als doel de cliënt zelfredzaam te maken.
De begeleiding is gericht op het aanleren, coachen en monitoren met als doel de cliënt zelfredzamer te maken.
De nadruk ligt op het overnemen van taken van de cliënt en het stabiliseren van de problemen. De begeleiding is gericht op de-escaleren en terugbrengen van de problematiek.
De cliënt heeft soms sturing nodig in zijn gedrag maar is in staat te reflecteren op zijn gedrag. De begeleiding is gericht op het versterken van vaardigheden om op zo kort mogelijke termijn weer zelfstandig te kunnen wonen.
De begeleiding is gericht op het leren omgaan met je beperking en binnen de mogelijkheden invulling geven aan het leven. De begeleiding is daarnaast gericht op het ontwikkelen en versterken van vaardigheden die nodig zijn om zo zelfstandig mogelijk te kunnen wonen.
De cliënt heeft zijn gedrag niet onder controle en heeft geen coping mechanisme. De cliënt ontwikkelt weer vertrouwen in de uitvoering van eenvoudige activiteiten behorende bij de dagelijkse levensverrichtingen.
De cliënt kan zijn hulpvraag stellen, maar weet deze nog niet altijd te formuleren.
De cliënt kan nog niet zijn hulpvraag formuleren en/of zijn hulpvraag uitstellen.
De cliënt is ontregeld en heeft veel 1 op 1 begeleiding nodig. Er is sprake van crisis.
De cliënt staat open voor hulp maar er kan sprake zijn van verminderd zelfinzicht.
De cliënt staat minder open voor hulp.
De cliënt heeft begeleiding nodig gericht op het de-escaleren.
De cliënt ervaart belemmeringen bij zijn sociale zelfredzaamheid.
De cliënt ervaart ernstige belemmeringen bij sociale zelfredzaamheid.
De cliënt ervaart zeer ernstige belemmeringen bij sociale zelfredzaamheid.
De cliënt ervaart belemmeringen bij zijn sociale zelfredzaamheid.
De cliënt ervaart ernstige belemmeringen bij sociale zelfredzaamheid.
De cliënt ervaart zeer ernstige belemmeringen bij sociale zelfredzaamheid.
De cliënt komt moeilijk zelfstandig tot een daginvulling.
Het lukt de cliënt vaak niet om zelfstandig vorm te geven aan de daginvulling.
De cliënt heeft geen dagstructuur en kan dit niet organiseren.
De cliënt komt moeilijk zelfstandig tot een daginvulling.
Het lukt de cliënt vaak niet om zelfstandig vorm te geven aan de daginvulling.
De cliënt heeft geen dagstructuur en kan dit niet organiseren.
De begeleider ondersteunt de cliënt bij het vinden van een passende daginvulling. Bij voorkeur vindt deze plaats in het kader van school, stage of (vrijwilligers)werk.
De begeleider leidt de cliënt toe naar een passende vorm van daginvulling voor het bieden van een dagstructuur.
De begeleider bekijkt per dag met de cliënt welke daginvulling haalbaar is. Er wordt toegewerkt naar een structurele daginvulling.
De psychiatrische problematiek varieert van overwegend passief tot actief. Er is sprake van enige gedragsproblematiek.
Psychiatrische problematiek is overwegend actief van aard. Er is sprake van terugkerende gedragsproblematiek.
Psychiatrische problematiek is actief van aard. Er is sprake van gedragsproblematiek en mogelijk destructief gedrag.
De cliënt heeft behoefte aan stimulering en motivering om algemene dagelijkse levensverrichtingen uit te voeren.
De cliënt heeft dagelijks behoefte aan hulp en monitoring van de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL)
De algemene dagelijkse levensverrichtingen moeten worden overgenomen.
Hoofdstuk 7. › Paragraaf 7.2
Artikel 7.2.3.2.