Naar hoofdinhoud
Bij de beoordeling of er sprake is van gebruikelijke hulp wordt onderscheid gemaakt naar de leeftijd en de relatie die de huisgenoten met elkaar hebben. Van een partner en de ouders van de cliënt wordt meer gebruikelijke hulp verwacht dan van meerderjarige kinderen van de cliënt en andere huisgenoten. Als daardoor de belemmeringen bij het normale gebruik van de woning worden verminderd of opgeheven, wordt van een partner of ouder van een cliënt verwacht dat hij helpt bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen (zoals wassen, aankleden of eten) als daardoor de belemmeringen bij het normale gebruik van de woning worden verminderd of opgeheven; de po van douche-toiletstoel leegt als de cliënt dat niet zelf kan doen. Van andere meerderjarige huisgenoten wordt verwacht dat zij praktische ondersteuning bieden bij het normale gebruik van de woning, zoals het verplaatsen van hulpmiddelen. Voorbeeld: Van een meerderjarige huisgenoot mag worden verwacht dat hij bijvoorbeeld de scootmobiel of aangepaste fiets klaarzet en terugzet in de berging als de cliënt dat niet zelf kan omdat de doorgang van de berging smal is. De deur van de berging wordt niet verbreed omdat het probleem met het stallen van de vervoersvoorziening kan worden opgelost met gebruikelijke hulp. Voorbeeld: Een cliënt heeft voor het douchen een douchestoel nodig maar kan die niet zelf klaarzetten onder de douche. In de badkamer is geen ruimte om de douchestoel weg te zetten als hij niet gebruikt. Het Wmo-loket verwacht dat de douchestoel in een (slaap)kamer wordt weggezet als de douchestoel niet door de client wordt gebruikt. Van huisgenoten wordt verwacht dat zij de douchestoel klaarzetten en weer wegzetten als dat nodig is. De badkamer wordt niet vergroot voor het kunnen wegzetten van een douchestoel.

Rechtspraak bij dit artikel