1. Schriftelijke vragen van raadsleden aan het college of de burgemeester worden via een vastgesteld format bij de griffier ingediend. Het raadslid geeft aan of schriftelijke of mondelinge beantwoording gewenst is.
2. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester.
3. Schriftelijke beantwoording gebeurt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen 14 dagen na indiening.
4. Vragen die ten minste drie werkdagen voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend, worden mondeling beantwoord in die vergadering, tenzij het college of de burgemeester gemotiveerd aangeeft dat dit niet mogelijk is.
5. Schriftelijke antwoorden worden door de griffier aan de raadsleden toegezonden.
6. De vragensteller kan in de raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het antwoord, tenzij de raad anders beslist.
7. Vragen over ingekomen stukken dienen uiterlijk vier dagen voor de besluitvormende raadsvergadering te worden gesteld. Beantwoording volgt uiterlijk drie werkdagen voor de vergadering.
8. Als beantwoording niet binnen de gestelde termijn kan plaatsvinden, stelt het college of de burgemeester de raad hiervan schriftelijk gemotiveerd in kennis, waarbij ook aangegeven wordt binnen welke termijn schriftelijke beantwoording zal plaatsvinden.
Hoofdstuk 4a.
Artikel 34.
Schriftelijke en politieke vragen
Onderdeel van Reglement van Orde voor de vergaderingen, rondetafelgesprekken (RTG-en) en andere werkzaamheden van de raad 2026