Naar hoofdinhoud
1. De zittingsperiode van een lid en voorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad. 2. Het lidmaatschap van een fractievolger eindigt als niet meer wordt voldaan aan de in artikel 41, vijfde lid, gestelde eisen. 3. De raad kan een fractievolger ontslaan op voorstel van de fractie die de fractievolger voor benoeming heeft voorgedragen. 4. De raad kan de voorzitter ontslaan. 5. Een fractievolger en voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 6. Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan, behoudens het bepaalde in de wet en de Kieswet. 7. Het lidmaatschap van leden, benoemd op voordracht van een fractie die niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt van rechtswege.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel