Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6. › Paragraaf 2.

Artikel 51.

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Reglement van Orde voor de vergaderingen, rondetafelgesprekken (RTG-en) en andere werkzaamheden van de raad 2026

1. Het presidium kan burgers, maatschappelijke organisaties en ondernemers uitnodigen voor de RTG-en. 2. Burgers, maatschappelijke organisaties en ondernemers kunnen gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten per geagendeerd onderwerp het woord voeren. Dit kunnen zij doen achter het spreekgestoelte of aan de vergadertafel. 3. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit verleend heeft. De leden kunnen aan de insprekers korte verhelderende vragen stellen. De voorzitter geeft de insprekers nog een keer het woord als alle vragen van de leden zijn beantwoord. 4. Het woord kan niet gevoerd worden over: a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep openstaat of heeft opengestaan; b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. een gedraging waarover een klacht op grond van artikel 9:1 van de Algemene Wet Bestuursrecht kan of kon worden ingediend; d. onderwerpen die niet op de agenda staan. 5. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken meldt dit vóór aanvang van de vergadering aan de griffier. 6. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang is van de orde van de vergadering. 7. Per agendapunt krijgt elke spreker maximaal vijf minuten het woord, ongeacht of men inspreekt namens meerdere personen. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel