Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.2

Zeeuwse afspraken VTH-beleid

Onderdeel van Uitvoeringsprogramma VTH gemeente Vlissingen 2026

In het gezamenlijke U&H-beleid (Uitvoerings- en Handhavingsbeleid Zeeland 2025-2028, vastgesteld op 3 maart 2026 door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlissingen) hebben de Zeeuwse VTH-partners afspraken gemaakt over de wijze waarop VTH-taken worden uitgevoerd. De gezamenlijke bestuurlijke uitgangspunten zijn: 1. Integrale Aanpak We werken als 1- loket (met behulp van casemanagement) en zorgen voor een integrale beoordeling van vergunningaanvragen en meldingen. Dit doen we door werken volgens de volgende doelstellingen: (Integraal) Beschermen en benutten fysieke leefomgeving, waar nodig verbeteren; Verbeteren van de (integrale) dienstverlening; Korte doorlooptijden van besluitvormingsprocessen; Goede en tijdige participatie van burgers en bedrijven bij besluitvorming; Transparantie en inzicht in procedures en processen; Integrale en samenhangende besluiten. 2. Risicogericht werken We richten ons op de grootste risico’s (op basis van een periodieke probleem- en risicoanalyse) en zorgen dat deze bedrijven en burgers de regels naleven. Bij onze prioriteitstelling wegen we de mate van het risico en het naleefgedrag mee. Met tijdige en goede voorlichting en communicatie proberen we overtredingen te voorkomen en risico’s beheersbaar te houden. 3. Voorkomen van ondermijning We willen niet dat burgers of bedrijven een vergunning of toestemming gebruiken om activiteiten uit te voeren met geld dat verdiend is via misdrijven. Ook willen we niet dat burgers of bedrijven een vergunning (mede) gebruiken voor het plegen van misdrijven. We toetsen daarom de integriteit van aanvragers. Als hier onaanvaardbare risico’s uit komen maken we gebruik van bevoegdheden die we hebben in de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). We kunnen gerichte aanvullende voorschriften in de vergunning zetten. Ook kunnen we een vergunning weigeren of intrekken. Natuurlijk doen we dat pas na een zorgvuldige en soms gezamenlijke afweging. We zetten de instrumenten van preventie, toezicht en sanctie actief in om ondermijnende activiteiten te voorkomen of stoppen. Activiteiten die vallen onder ondermijnen gedogen we niet. We gaan ondermijning tegen door goed samen te werken bij de uitvoering van de VTH-taken. Zoals met het Openbaar Ministerie, andere overheden en ketenpartners. We sturen op samenwerking en gezamenlijke prioriteiten en wisselen onderling informatie uit. We vinden het wenselijk een eenduidig Zeeuws Bibob beleid te hanteren. 4. Betrouwbaar: doen wat we moeten doen We zijn betrouwbaar voor onze burgers, partners en het bedrijfsleven. Dat doen we bijvoorbeeld door het standaardiseren van werk, toepassen van standaard vergunningsvoorschriften en dezelfde strategie. Dit zorgt voor rechtsgelijkheid. 5. Transparant We voeren de VTH-taken transparant uit. Dit is een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, maar staat ook in sommige wetten. Denk aan het publiceren van vergunningen (EU-verplichting) en meldingen en aan het openbaar maken van namen van risicovollere bedrijven die herhaaldelijk de regels overtreden. We zorgen dat procedures reproduceerbaar zijn, dat betekent dat het procesverloop en de beslissingen in het dossier staan. 6. Professioneel: kwaliteit, kennis en kunde De uitvoering van taken voldoet minimaal aan de (landelijk) gestelde proces- en kwaliteitscriteria. Bij elk thema reflecteren we op de mate waarin we voldoen aan de kwaliteitscriteria en we lichten we toe hoe we ons daarin verder ontwikkelen. We werken conform de Landelijke Handhavingsstrategie, zoals vastgelegd in de Zeeuwse Sanctiestrategie. 7. Verantwoordelijkheid waar deze hoort We nemen onze verantwoordelijkheid en werken binnen de kaders van geldende wet- en regelgeving. We gaan uit van de beginselplicht tot handhaving. Dit geldt ook voor de eigen vergunde werkzaamheden en die van medeoverheden. We benaderen bedrijven, instellingen, particulieren en overheden vanuit het principe dat iedere partij eigen verantwoordelijkheid heeft. Daarom verwachten we ook dat bedrijven, instellingen, particulieren en overheden hun eigen verantwoordelijkheid voor de naleving van regels oppakken, onder andere door: • goede en volledige informatie aan te leveren bij vergunningaanvragen en meldingen; • zelf te zorgen voor actieve en betrouwbare informatie over risicovolle activiteiten, door ongewone voorvallen tijdig te melden. De uitwerking van deze uitgangspunten in onze preventie-, uitvoerings-, toezicht, sanctie- en gedoogstrategieën is te vinden in deel B van het gezamenlijke U&H-beleid.

Rechtspraak bij dit artikel