Naar hoofdinhoud

Artikel 12

Verplichtingen voortvloeiend uit de verstrekte bijdrage

Onderdeel van Subsidieregeling collectieve scootmobielstallingen gemeente Zevenaar 2026 – 2028

1.. Het college verbindt aan de bijdrageverlening de verplichting dat de collectieve scootmobielstallingen worden gerealiseerd volgens de geldende wettelijke eisen en aan de eisen genoemd in bijlage 1. 2.. Het college verbindt aan bijdrageverlening de verplichting dat de activiteiten, bedoeld in artikel 3, worden gestart uiterlijk zes maanden nadat de bijdrage is verleend. 3.. Het college verbindt aan de bijdrageverlening de verplichting dat de activiteiten, zoals bedoeld in artikel 3, volledig zijn gerealiseerd binnen twaalf maanden na het besluit tot het verlenen van de bijdrage. 4.. Het college verbindt aan de bijdrageverlening de verplichting dat voor iedere geïnvesteerde € 5.000 minimaal een plek voor een scootmobiel wordt gecreëerd. 5.. Het college verbindt aan de bijdrageverlening de inspanningsverplichting om, zoveel als mogelijk, te komen tot een passende verdeling tussen deelscootmobiel- en maatwerkscootmobielplekken in een stalling. 6.. Het college verbindt aan de bijdrageverlening de verplichting dat de kosten voor een stalling op geen enkele wijze aan een huurder/gebruiker mogen worden doorberekend, tenzij dit kosten voor het gebruik van elektriciteit zijn. 7.. Het college verbindt aan de bijdrageverlening de verplichting dat de aard van het gebruik van een stalling waarvoor de bijdrage is verleend, gedurende ten minste 20 jaar vanaf de bijdrageverlening niet verandert. Is dit wel het geval dan kan een terugvordering worden geëist voor zover dit naar aard en omvang redelijk is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel