Uitsluitend kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het realiseren van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, komen voor een bijdrage in aanmerking;
De redelijk gemaakte kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 3 komen in aanmerking voor vergoeding;
Met de eenmalige bijdrage moet een stalling in principe voldoen aan de richtlijn en minimaal voor het aantal in 2030 en in 2040 te verwachten scootmobielen worden gerealiseerd, zie artikel 3 lid 1.
Mocht er in de toekomst een piek ontstaan dan gaan eigenaren in gesprek met bewoners om (meer) scootmobielen te delen. Er ontstaat niet opnieuw een recht op een bijdrage van de gemeente;
Er is geen eerdere bijdrage voor de stallingen verstrekt door de gemeente Zevenaar of door de voormalige gemeente Rijnwaarden. Eventueel kan hiervoor een bedrag verrekend worden bij een aanvraag waarbij opnieuw extra benodigde stallingsplaatsen gerealiseerd worden.
Artikel 5
Kosten die voor een bijdrage in aanmerking komen zijn:
Onderdeel van Subsidieregeling collectieve scootmobielstallingen gemeente Zevenaar 2026 – 2028