**1..** De regels in deze verordening veranderen niets aan de verantwoordelijkheid van ouders voor het schoolbezoek van hun kinderen.
**2..** Ten behoeve van het schoolbezoek van een leerling die zijn woning heeft in de gemeente, kent het college aan de ouders of de meerderjarige leerling op aanvraag een vervoersvoorziening toe met inachtneming van het bepaalde in deze verordening, waaronder de bevordering van de zelfredzaamheid en onafhankelijkheid van de leerling en/of diens ouder(s). Hierbij vormt de best passende, best te organiseren en goedkoopste vervoersvoorziening het uitgangspunt. Deze drie uitgangspunten kunnen met elkaar op gespannen voet staan. Bij de besluitvorming hierover staat het belang van het kind dan ook voorop. Met het oog op het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind, verstaat het college hier het volgende onder:
Veiligheid en welzijn van het kind staan centraal;
Het vervoer is passend en kindgericht, met maatwerk waar nodig;
De reistijd moet redelijk zijn in verhouding tot de leeftijd en belastbaarheid van het kind;
Het kind moet onderwijs kunnen volgen dat bij hem/haar past;
De stem van het kind wordt actief meegenomen in beslissingen van het college.
**3..** De verantwoordelijkheid om als dat nodig is te zorgen voor een begeleider berust bij ouders, tenzij naar het oordeel van het college voldoende is aangetoond dat begeleiding van de leerling door de ouders of anderen uit hun netwerk onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden.
**4..** De verantwoordelijkheid voor het gedrag van de minderjarige leerling gedurende het verblijf van de leerling in het aangepast vervoer berust bij de ouders.
**5..** Bij de keuze voor de te verstrekken vervoersvoorziening wordt achtereenvolgens beoordeeld of vervoer, al dan niet met begeleiding, mogelijk is:
per fiets;
per openbaar vervoer;
met aangepast vervoer.
HOOFDSTUK 1.
Artikel 3.
Uitgangspunten voor leerlingenvervoer
Onderdeel van Verordening leerlingenvervoer Leidschendam-Voorburg 2026