Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Werkwijze adviseur of adviescommissie

Onderdeel van Procedureregeling tegemoetkoming planschade

1. Het college stelt aan de adviseur of de adviescommissie alle op de aanvraag betrekking hebbende informatie, alsmede de voor de beoordeling daarvan naar het oordeel van de adviseur of van de adviescommissie noodzakelijke bescheiden ter beschikking. 2. Het college wijst uit de ambtelijke organisatie één of meer personen aan die de adviseur of de adviescommissie bij de uitvoering van de adviesopdracht de nodige informatie verstrekt. 3. De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie organiseert één of meerdere hoorzittingen, waar de aanvrager alsmede de in het tweede lid bedoelde ambtelijke vertegenwoordiger(s) in de gelegenheid worden gesteld de aanvraag toe te lichten, onderscheidenlijk de voor de advisering relevante informatie te verschaffen, danwel een standpunt van de gemeente over de aanvraag aan de adviseur of de adviescommissie kenbaar te maken. 4. Eventuele andere betrokken bestuursorganen, alsmede belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid van de wet, worden eveneens in de gelegenheid gesteld hun standpunt kenbaar te maken. 5. Na afloop van de hoorzitting als bedoeld in het derde lid, zal een plaatsopneming worden gedaan. 6. Voor de in het derde lid bedoelde hoorzitting wordt door, danwel onder verantwoordelijkheid van de adviseur of de voorzitter van de adviescommissie een verslag gemaakt dat onderdeel uitmaakt van het uit te brengen advies. 7. Alvorens een advies uit te brengen zendt de adviseur of de adviescommissie binnen zestien weken na de dagtekening van de opdracht tot advisering een conceptadvies aan de gemeente, de aanvrager, eventueel andere betrokken bestuursorganen en aan de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid van de wet.De adviseur kan deze termijn onder opgaaf van redenen met een daarbij aan te geven termijn met ten hoogste acht weken verlengen. 8. De aanvrager, eventueel andere betrokken bestuursorganen, alsmede de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid van de wet, worden in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na de toezending van het conceptadvies schriftelijk hierop te reageren. 9. In het geval tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de adviescommissie binnen vier weken na het verstrijken van de in het achtste lid bedoelde termijn een advies uit aan het college, waarbij de betreffende reacties zijn betrokken. 10. In het geval geen of niet tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de adviescommissie binnen twee weken na het verstrijken van de termijn als bedoeld in het achtste lid aan advies uit aan het college.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel