**1.** 1. Een raming van de met het verlenen van medewerking aan het in
exploitatie brengen van gronden verband houdende kosten, te
weten:a. de inbrengwaarde van de binnen het
exploitatiegebied gelegen gronden, zijnde de waarde van de grond
vermeerderd met de waarde van de opstallen die voor de
verwezenlijking van de bestemming niet gehandhaafd kunnen worden, en
met de kosten van vrijmaken van opstallen – met inbegrip van de zich
in de grond bevindende resten, zoals funderingen, leidingen en
kabels – persoonlijke rechten en lasten, eigendom, bezit of beperkt
recht, zakelijke lasten alsmede de kosten van
schadevergoedingen;b. de kosten van planontwikkeling,
-voorbereiding, -beheer en -toezicht. Onder deze kosten wordt ten
minste verstaan: de kosten verband houdende met het opstellen van
structuur- en bestemmingsplannen, het opstellen van planmatige
uitwerkin¬gen of wijzigingen, het vervaardigen van besluiten tot het
verlenen van vrijstelling van een bestemmingsplan alsmede van
overige planologische maatregelen voor zoveel deze nodig zijn voor
het in exploitatie brengen van gronden binnen het
exploitatiegebied;c. de kosten van de in artikel 2
genoemde voorzieningen van openbaar nut, voorzover deze verband
houden met het verlenen van medewerking aan het in exploitatie
brengen van gronden binnen het exploitatiegebied, alsmede de daarmee
verband houdende kosten van onderzoeken, voorbereiding en
toezicht;d. de kosten van het gemeentelijk apparaat,
voorzover dit rechtstreeks aan het in exploitatie brengen van
gronden kan worden toegerekend;e. de rente van
geïnvesteerde kapitalen en overige lasten verminderd met
rente¬opbrengsten;f. overige kosten die in beginsel
ten laste van de grondexploitatie behoren te worden gebracht.
2. Een raming van de met het verlenen van medewerking aan het in
exploitatie brengen van gronden verband houdende opbrengsten,
bestaande uit:a. doelsubsidies;b. verkoop van
gronden;c. bijdragen in de kosten van aanleg van
voorzieningen van openbaar nut, hetzij via overeenkomst hetzij via
baatbelasting;d. overige bijdragen.
3. De wijze van toerekening van de totale onder sub 1. en 2. van dit
artikellid bedoelde kosten en opbrengsten aan de onroerende zaken in
het exploitatiegebied naar de mate van de baat die de onroerende
zaken hebben van het samenhangend geheel van voorzieningen van
openbaar nut zoals bedoeld in artikel 2 van deze verordening.De mate
van baat wordt aangeduid met inachtneming van hetgeen hieromtrent in
artikel 6 is bepaald.
**2.** Voor de opstelling van de kostenbegroting wordt ervan uitgegaan dat
het exploitatiegebied in zijn geheel door de gemeente in exploitatie
zal worden gebracht.
**3.** Periodiek wordt nagegaan of optredende loon- en/of prijswijzigingen
danwel andere optredende wijzigingen met betrekking tot het in
exploitatie brengen van gronden binnen het exploitatiegebied
aanleiding geven om de kostenbegroting te herzien. Het besluit tot
herziening van de kostenbegroting wordt bekendgemaakt overeenkomstig
artikel 139 van de Gemeentewet.
**4.** Het bepaalde in het eerste lid, onder 1 sub a. is niet van
toepassing ten aanzien van de binnen een exploitatiegebied gelegen
en gebate gronden die als gevolg van de voorzieningen van openbaar
nut niet geschikt worden voor bebouwing.
**5.** Naast het bepaalde in het vierde lid wordt de raming van de in het
eerste lid, onder 1 sub a. bedoelde inbrengwaarde van de gronden
beperkt tot de gronden die zijn bestemd voor het treffen van
voorzieningen van openbaar nut, ingeval er sprake is van een
exploitatiegebied waarvoor geldt dat de voorzieningen van openbaar
nut niet in hoofdzaak gericht zijn op het geschikt maken voor
bebouwing van onroerende zaken.
Afdeling II
Artikel 5
De kostenbegroting
Onderdeel van Exploitatieverordening gemeente Oirschot 2003