Naar hoofdinhoud
De inwoner kan op bijzondere bijstand op grond van deze beleidsregels krijgen als deze: Een inkomen lager dan het minimum inkomen en een klein vermogen heeft, of; Een inkomen hoger dan het minimum inkomen heeft, maar de noodzakelijke kosten hoger zijn dan de draagkracht. Voor medische kosten houden we rekening met 35% van het inkomen boven het minimum inkomen en het volledige vermogen als draagkracht. Voor andere kosten houden we rekening met 100% van het inkomen boven het minimum inkomen en met het volledige vermogen boven de vermogensgrens als draagkracht. We berekenen de draagkracht voor 12 maanden vanaf de eerste dag van de maand waarin recht bestaat op bijzondere bijstand. Als het inkomen in deze periode stijgt, berekenen we de draagkracht niet opnieuw. Bij periodieke bijzondere bijstand krijgt de aanvrager maximaal 12 maanden bijstand, gebaseerd op de draagkracht zoals berekend in artikel 4. Voor inwoners die met pensioen zijn, berekenen we de draagkracht eenmalig voor de rest van hun leven of totdat ze verhuizen naar een andere gemeente. De vermogensgrens blijft gelden. Als de inwoner een uitkering voor levensonderhoud ontvangt, stellen we de draagkracht eenmalig vast tot het moment dat de algemene bijstand stopt. Bij een nieuwe aanvraag voor bijzondere bijstand binnen hetzelfde draagkrachtjaar, gebruiken we de eerder berekende draagkracht. Als de inwoner in een schuldsaneringstraject zit, wordt de draagkracht op nihil gesteld. Er wordt geen drempelbedrag toegepast als bedoeld in artikel 35 lid 2 van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel