Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5:1

Procedure vergelijkende beoordeling van vergunningsaanvragen

Onderdeel van Regeling deeltweewielers Den Haag 2026

1.. Het college voert voor de verdeling van het beperkte aantal vergunningen voor de voertuigcategorie deelscooter een vergelijkende beoordeling van vergunningsaanvragen uit. 2.. Het college stelt een tijdvak open waarbinnen vergunningaanvragen voor deelscooters kunnen worden ingediend en maakt dit op een wettelijk voorgeschreven wijze openbaar. Alleen aanvragen die binnen dit tijdvak zijn ingediend, worden in behandeling genomen. 3.. De termijn tussen bekendmaking van het openstellen van een tijdvak en de aanvang van het tijdvak, bedraagt minimaal twee weken. 4.. Na afloop van het tijdvak als bedoeld in het tweede lid beoordeelt de selectiecommissie als bedoeld in artikel 5:2 de ingediende aanvragen op ontvankelijkheid en vervolgens inhoudelijk op basis van de in te dienen plannen als beschreven in artikel 5:3 en de beoordelingswijze als beschreven in artikel 5:4. 5.. De beschikbare vergunningen worden verleend in volgorde van de rangschikking. Deze rangschikking wordt bepaald volgens de procedure beschreven in het zesde lid. 6.. Op basis van de inhoudelijke beoordeling als omschreven in het vierde lid krijgt de aanvraag met het hoogste totaal aantal punten in de beoordeling de hoogste plaats in de rangschikking. Indien aanvragen in de beoordeling een gelijk totaal aantal punten scoren, wordt onderstaande stappen in volgorde doorlopen om te bepalen welke aanvraag een hogere score krijgt: indien aanvragen in de beoordeling een gelijk totaal aantal punten scoren, dan wordt in de rangschikking een hogere plek gegeven aan de aanvrager die het hoogste scoort op het eerste plan van de in te dienen plannen als beschreven in artikel 5:3, eerste lid. Indien hieruit geen onderscheidend verschil blijkt, worden de scores op het volgende plan met elkaar vergeleken. Deze stap wordt herhaald totdat de scores een onderscheidend verschil aantonen; indien na de procedure als beschreven onder a nog steeds geen onderscheid kan worden gemaakt op basis van de puntentelling per plan, dan wordt in de rangschikking een hogere plek gegeven aan de aanvrager die de meeste punten behaald heeft op het beoordelingscriterium ‘combinatie’ als beschreven in artikel 5:4, eerste lid, genomen over alle plannen als beschreven in artikel 5:3, eerste lid. Indien hieruit geen onderscheidend verschil blijkt, worden de scores op het beoordelingscriterium ‘betrouwbaar’ met elkaar vergeleken. Deze stap wordt herhaald in de volgorde ‘inhoudelijk’, ‘onderscheidend’, ‘reflecterend’, ‘compleet’ en ‘inzichtelijk’, totdat de scores een onderscheidend verschil aantonen; indien na de procedure als beschreven onder b nog steeds geen onderscheid kan worden gemaakt op basis van de puntentelling per beoordelingscriterium, dan wordt in de rangschikking een hogere plek gegeven aan de aanvrager die de over alle plannen en beoordelingscriteria het minst vaak een ‘onvoldoende’ gehaald heeft gekregen. Indien hieruit geen onderscheidend verschil blijkt, wordt in de rangschikking een hogere plek gegeven aan de aanvrager die de over alle plannen en beoordelingscriteria het vaakste een ‘goed’ heeft gekregen; en indien na de procedure als beschreven onder c nog steeds geen onderscheid kan worden gemaakt op basis van de puntentelling per beoordelingscriterium, dan wordt de onderlinge rangschikking bepaald door middel van een loting door een door het college aan te wijzen notaris. 7.. Indien niet alle beschikbare vergunningen verdeeld zijn, kan het college voor overgebleven vergunningen een nieuw tijdvak voor aanvragen openstellen. 8.. Indien gedurende de vergunningsduur een vergunning tussentijds beëindigd wordt als bedoeld in artikel 3:8, tweede lid, wordt de vrijgekomen vergunning toegekend aan de eerstvolgende aanvrager volgens de rangschikking als bedoeld in het vijfde lid die nog geen vergunning heeft gekregen. Als deze aanvrager geen gebruik wenst te maken van de vergunning, komt de volgende aanvrager volgens de rangschikking in aanmerking, enzovoort. Als geen enkele andere aanvrager uit de rangschikking de vrijgekomen vergunning wil gebruiken, kan het college voor de vrijgekomen vergunning een nieuw tijdvak openstellen. Als op basis hiervan geen nieuwe vergunninghouder volgt, kan het college, in afwijkijking van artikel 2:1, het vierde lid, de vrijgekomen vergunning aanbieden aan de overgebleven vergunninghouder.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel