Bij de inzet van handhaving denkt het college in effect, in alle fases van het toezicht en handhaving. Dat betekent dat het college bij de keuze van handhavingsinstrumenten kiest voor de instrumenten die het snelste en grootste effect hebben. In overeenstemming met de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt bij het opleggen van boetes en dwangsommen altijd gekeken naar de subsidiariteit en proportionaliteit van de maatregel. De maatregel moet in verhouding staan tot de ernst van de overtreding.
Het college betrekt bij de voorbereiding van elk besluit alle feiten en weegt alle belangen af.
Daarbij wordt afgewogen welke handhavingsmaatregel geschikt en noodzakelijk is om het doel te bereiken: kwalitatief goede kinderopvang. In iedere casus beoordeelt het college of evenredigheid bestaat tussen de ernst van een vastgestelde overtreding en de zwaarte van de op te leggen sanctie.
Ook in hoeverre de kwaliteit van opvang is beïnvloed door een tekortkoming wordt meegewogen in de handhavingsafweging. Bij het ontstaan van overtredingen kunnen specifieke omstandigheden een rol spelen. Bij het opstellen van een besluit houdt het college rekening met deze omstandigheden.
Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.2
Artikel 6.2.1
proportionaliteit
Onderdeel van Beleidsregels toezicht en handhaving Wet kinderopvang van de gemeente Arnhem