Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.2

Artikel 6.2.3

rol van de toezichthouder

Onderdeel van Beleidsregels toezicht en handhaving Wet kinderopvang van de gemeente Arnhem

Het college hecht daarbij grote waarde aan het oordeel van de toezichthouder en betrekt dit in de besluitvorming. Ook een reactie van de houder op een inspectierapport betrekt het college bij de beoordeling. In beginsel beoordeelt het college iedere overtreding afzonderlijk en wordt handhaving per overtreding ingezet. Wanneer naar het oordeel van de toezichthouder blijkt dat een houder voldoende maatregelen heeft getroffen om een overtreding structureel te herstellen, kan het college besluiten om af te zien van handhaving gericht op herstel. Als uit een inspectieonderzoek blijkt dat een voorschrift meerdere keren is overtreden, dan weegt dit mee in de ernst van de overtreding. Dit uit zich bijvoorbeeld in een kortere hersteltermijn of een zwaarder sanctiemiddel. Als het college overgaat tot handhaving dan is deze van oordeel dat het onderzoek van de toezichthouder zorgvuldig is uitgevoerd. Bij de besluitvorming betrekt het college in elk geval: het inspectierapport, met daarin: gerapporteerde overtreding(en); bevindingen en conclusies van de toezichthouder; indien van toepassing, de beschrijving van de omstandigheden; het advies van de toezichthouder; de reactie van de houder in het inspectierapport; reacties van de houder aan het college; de handhavingsgeschiedenis op locatieniveau en organisatieniveau; de inspectiegeschiedenis op locatieniveau en organisatieniveau; alle betrokken belangen waaronder het zwaarwegende belang van ouders en kinderen.

Rechtspraak bij dit artikel