Wanneer de cliënt het onderzoeksverslag of perspectiefplan ontvangen heeft moet de cliënt (of diens vertegenwoordiger of budgetbeheerder) een pgb-plan opstellen.
Dit pgb-plan wordt getoetst door een namens het college gemandateerde medewerker. Daarbij wordt beoordeeld of de omschreven ondersteuning in het pgb-plan van voldoende kwaliteit is en in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van de in het perspectiefplan opgenomen doelen. Voorts wordt getoetst op (wettelijke) verlenings- en weigeringsgronden en de pgb-vaardigheid.
In het pgb-plan motiveert de cliënt waarom er voor een pgb gekozen wordt, op welke manier de doelen uit het perspectiefplan behaald worden, bij wie de ondersteuning wordt ingekocht, hoe deze wordt georganiseerd, hoe de kwaliteit is gewaarborgd. Ook moet hij een financieel overzicht opnemen. In dit plan legt de cliënt en, indien van toepassing, de vertegenwoordiger de pgb-verklaring af. Met het indienen van het pgb-plan verklaren de cliënt en zijn eventuele vertegenwoordiger dat de cliënt en de eventuele vertegenwoordiger het pgb op een verantwoorde wijze kunnen beheren. Dit houdt onder andere in dat de cliënt en de eventuele vertegenwoordiger zich bewust is van de verantwoordelijkheid die de rol van budgethouder, dan wel vertegenwoordiger voor het pgb, inhoudt.
Na het opstellen van het pgb-plan wordt er een gesprek ingepland met de cliënt. Wanneer er sprake is van een vertegenwoordiger, dient deze ook aanwezig te zijn bij het gesprek.
Hoofdstuk 3
Artikel 21.
Persoonsgebonden budget en pgb-plan
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Enkhuizen 2025