Een indicatie voor vervoer per eigen vervoermiddel kan betrekking hebben op:
een (deels) met spierkracht voortbewogen vervoermiddel;
en open of gesloten gehandicaptenvoertuig;
een al dan niet aangepaste personenauto;
aanpassingen aan de personenauto.
Met spierkracht voortbewogen vervoermiddel
Als een cliënt zijn vervoersbehoefte geheel of gedeeltelijk kan invullen per fiets en het gebruik van een gewone fiets, al dan niet met elektrische trapondersteuning of in de vorm van een tandem, niet mogelijk is, kan een maatwerkvoorziening in bruikleen worden verstrekt voor het gebruik van een door spierkracht voortbewogen vervoermiddel. Een dergelijke maatwerkvoorziening is dus ook mogelijk als een cliënt gebruik zou kunnen maken van het openbaar vervoer of in combinatie met een maatwerkvoorziening voor de lange afstand, zoals een pas voor de Regiotaxi.
De maatwerkvoorziening kan bestaan uit:
de aanpassing van of een aangepaste versie van een aankoppelfiets, fietsaanhanger of fietszitje ten behoeve van een kind met een beperking. Een aankoppelfiets is een kinderfiets die bestaat uit één wiel met een stang die aan de zadelpen van de fiets van de volwassene wordt gekoppeld. De maatwerkvoorziening kan bestaan uit bijvoorbeeld de plaatsing van zijwielen, aanpassing van het stuur, een speciaal zadel of aanpassing bij een aankoppelfiets.
de verstrekking van een aangepaste fiets, rolstoelfiets of handbike. Een handbike wordt gekoppeld aan de handbewogen rolstoel waardoor met armkracht zelfstandig “gefietst” kan worden. Een rolstoelfiets is een fiets waar een rolstoel op geplaatst wordt.
Open of gesloten gehandicaptenvoertuig
Bij een open gehandicaptenvoertuig kan het gaan om bijvoorbeeld een scootmobiel, een rolstoelscooter of driewielbromscooter. Het open gehandicaptenvoertuig is bestemd als vervoervoorziening voor de korte en middellange afstanden, als de Regiotaxi hiervoor geen oplossing biedt. De Regiotaxi is dan voorliggend op het verstrekken van een voertuig.
Bij een gesloten gehandicaptenvoertuig gaat het om bijvoorbeeld een overdekte scootmobiel of een brommobiel.
De cliënt moet in staat zijn om op verantwoorde wijze deel te nemen aan het verkeer.
Een gesloten gehandicaptenvoertuig is slechts aan de orde als een cliënt voor de korte of middellange afstanden aangewezen is op gesloten vervoer en de cliënt met een pas voor de Regiotaxi onvoldoende wordt gecompenseerd. Medisch gezien moet er een contra-indicatie bestaan voor het verblijven in de buitenlucht. De reden voor verstrekking kan ook technisch van aard zijn, mocht een vervoermiddel niet aan de gebruiksbenodigdheden van de cliënt kunnen worden aangepast.
De cliënt moet beschikken over de rijgeschiktheid en rijvaardigheid als beginnend bestuurder. Eventueel kan de cliënt in aanmerking komen voor aanvullende lessen voor het op een aanvaardbaar niveau brengen van de rijgeschiktheid en rijvaardigheid. Als blijkt dat een cliënt desondanks onvoldoende rijgeschikt en rijvaardig blijft, kan een gehandicaptenvoertuig niet worden geïndiceerd.
Ook nadat het gehandicaptenvoertuig is verstrekt, kan het noodzakelijk zijn de rijvaardigheid opnieuw te onderzoeken. Blijkt dat die rijvaardigheid niet langer aanwezig is, dan wordt de indicatie voor het gehandicaptenvoertuig ingetrokken en moet de cliënt deze inleveren.
Scootmobielen zijn leverbaar met verschillende snelheden. Bij de afweging welke snelheid gepast is wordt in ieder geval gekeken naar de volgende aspecten:
de door de cliënt gewenste snelheid van de scootmobiel;
het reisgedrag van de cliënt: de af te leggen afstanden, maar ook of de cliënt bijvoorbeeld samen met een fietser (kind, partner, vriend) op pad wil kunnen;
de rijvaardigheden: een snelle scootmobiel vergt meer rijvaardigheden en verkeersinzicht dan een langzamer model;
de mogelijkheden voor stalling van de scootmobiel.
De goedkoopst adequate scootmobiel komt in aanmerking voor toekenning. Dat betekent dat een scootmobiel adequaat moet zijn voor het doel waar hij voor geïndiceerd is. Wanneer meer scootmobielen adequaat zijn wordt de goedkoopste verstrekt.
(Aangepaste) personenauto, gesloten buitenwagen of brommobiel
Als de Regiotaxi of een combinatie van vervoervoorzieningen geen adequate oplossing biedt voor het vervoersprobleem én in de vastgestelde vervoersbehoefte alleen door middel van een eigen personenauto (of brommobiel) kan worden voorzien, kan een maatwerkvoorziening hiervoor aan de orde zijn als de cliënt heeft aangetoond dat de personenauto of brommobiel in zijn situatie niet algemeen gebruikelijk is.
Voorwaarde is wel dat de cliënt beschikt over de rijgeschiktheid en rijvaardigheid voor een dergelijk vervoermiddel en ook over een geldig rijbewijs. Voor een brommobiel is dat een geldig bromfietsrijbewijs.
Als vervoer per personenauto voor een cliënt noodzakelijk is, kan hij eveneens in aanmerking komen voor aanpassing van de personenauto. Dit kan de in bruikleen verstrekte personenauto betreffen, maar ook de eigen personenauto die voor hem algemeen gebruikelijk is. De aanpassing van een auto is niet algemeen gebruikelijk.
Een gesloten buitenwagen is een overdekt voertuig dat niet harder dan 45 km rijdt en waarvoor aparte (verkeers)regels gelden. De gesloten buitenwagen dient onderscheiden te worden van de brommobiel, die eveneens niet harder dan 45 km rijdt maar waarvoor geen aparte verkeersregels gelden. De brommobiel is niet specifiek voor gehandicapten bedoeld en wordt als algemeen gebruikelijk beschouwd. Een gesloten buitenwagen wordt door de aanvrager vaak als gewenste oplossing voor het vervoersprobleem beschouwd maar is niet de goedkoopst oplossing. Een personenauto, gesloten buitenwagen of brommobiel wordt in principe alleen verstrekt wanneer er medisch gezien een contra-indicatie bestaat voor het verblijf in de buitenlucht.
De autoaanpassing kan bestaan uit:
een volledige vergoeding voor de aanpassing van de eigen personenauto, mits de personenauto nog geen 7 jaar oud is; in sommige gevallen is ook bij een oudere auto een aanpassing mogelijk, afhankelijk van de soort aanpassing, de meeneembaarheid daarvan en de kilometerstand. Daarbij geldt als uitgangspunt dat boven een kilometerstand van 80.000 km geen aanpassing wordt gedaan;
een aanpassing van de in bruikleen verstrekte personenauto;
een persoonsgebonden budget in de meerkosten van een personenauto in specifieke uitvoering. De meerkosten worden berekend als het verschil tussen een personenauto (merk, type) die voor een persoon als meest doelmatig wordt geacht en de prijs van deze personenauto in specifieke uitvoering.
Een vervoervoorziening in de vorm van een autoaanpassing is maximaal eenmaal per zeven jaar mogelijk, onverlet bijzondere individuele omstandigheden.
Hoofdstuk 4
Artikel 40.
Een scootmobiel, driewielfiets of ander vervoermiddel en indien noodzakelijk een woontechnische aanpassing om de voorziening veilig te kunnen stallen.
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Enkhuizen 2025