Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.3

Artikel 2.3.1

Handelshoeveelheid

Onderdeel van Damoclesbeleid gemeente Hoeksche Waard 2026

De Afdeling heeft overwogen dat artikel 13b van de Opiumwet naar zijn tekst niet van toepassing is bij de enkele aanwezigheid van drugs. Gezien de woorden “daartoe aanwezig” moeten de drugs met een bepaalde bestemming aanwezig zijn, dat wil zeggen voor verkoop, aflevering of verstrekking4ABRvS 11 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2362.. Dat betekent dat artikel 13b, eerste lid onder a, Opiumwet ook van toepassing is als in een pand drugs aanwezig zijn die elders zullen worden verkocht, maar die in of vanuit het pand zullen worden geleverd of verstrekt. De Afdeling heeft overwogen dat mag worden aangenomen dat een meer dan geringe hoeveelheid drugs niet, althans niet uitsluitend, voor eigen gebruik van een persoon bestemd is, maar deels of geheel voor verkoop, aflevering of verstrekking aan derden. Voor de beoordeling of sprake is van een meer dan geringe hoeveelheid drugs kan in redelijkheid worden aangesloten bij de door het Openbaar Ministerie toegepaste criteria, op basis waarvan hoogstens de volgende hoeveelheden drugs als bestemd voor eigen gebruik kunnen worden aangemerkt5Vgl. ABRvS 27 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1690. Voor lachgas, zie de toelichting bij het besluit tot plaatsing van lachgas op lijst II van de Opiumwet.: 0,5 gram harddrugs; 5 gram softdrugs (niet zijnde lachgas); 10 ampullen lachgas van 8 gram, ofwel 80 gram lachgas; 5 hennepplanten; 5 ml drugs in vloeistofvorm (bijv. GHB); 1 (XTC)-pil. Bij overschrijding van tenminste één van de hierboven genoemde hoeveelheden is sprake van een handelshoeveelheid drugs en mag in beginsel worden aangenomen dat deze is bestemd voor verkoop, aflevering of verstrekking aan derden. Het ligt in dat geval op de weg van de betrokkene om het tegendeel aannemelijk te maken. Als het tegendeel niet of onvoldoende blijkt, is de burgemeester bevoegd om ten aanzien van het pand een last onder bestuursdwang op te leggen6ABRvS 15 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1676.. Door aan te sluiten bij de criteria die het Openbaar Ministerie hanteert voor de beoordeling of sprake is van een hoeveelheid voor eigen gebruik is het bestuurlijk en strafrechtelijk beleid met elkaar in overeenstemming. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft geoordeeld dat de termen ‘verkoop’ of ‘aflevering’ uit artikel 13b Opiumwet ruim dienen te worden uitgelegd. Onder verkoop dient namelijk te worden verstaan het totaal aan handelingen dat rechtstreeks tot de overdracht van het verkochte leidt. Dat betekent dat ook van verkoop of aflevering sprake is indien de druggerelateerde activiteiten onderdeel uitmaken van de gehele keten van koop of aflevering. Voor het ontstaan van de bevoegdheid om bestuursdwang toe te passen is derhalve niet vereist dat daadwerkelijk drugs in de woning of het lokaal zijn verhandeld7ABRvS 3 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:185.. De enkele opslag van drugs die dan elders zullen worden verkocht, brengt reeds mee dat de burgemeester bevoegd is tot handhavend optreden8ABRvS 11 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2362.. Ook de productie van de (te verkopen) drugs en het leggen van contacten ten behoeve van de verkoop valt onder de term ‘verkoop’. Zo nu en dan wordt er bijvoorbeeld een hennepkwekerij opgerold die vlak voor de inval is geoogst of wordt er een pand aangetroffen dat blijkens onderzoek van de politie is gebruikt als knooppunt van waaruit handelsafspraken worden gemaakt ten behoeve van de verkoop, aflevering of verstrekking van drugs. In dergelijke gevallen worden geen handelshoeveelheden drugs aangetroffen, maar valt het betreffende pand wel onder de werking van artikel 13b Opiumwet. Dergelijke gevallen worden gelijkgesteld met de situatie dat de te verkopen drugs wel aanwezig was.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel