Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK IV

Artikel 5

Samenstelling algemeen bestuur

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Regio Midden-Holland

1.. Het algemeen bestuur bestaat uit tien leden, de voorzitter inbegrepen. 2.. De colleges van iedere deelnemende gemeente wijzen twee leden uit hun midden aan. Te weten de burgemeester en een wethouder met een relevante portefeuille. 3.. De colleges wijzen voor ieder lid ook één plaatsvervangend lid uit hun midden aan, dat het lid bij verhindering of ontstentenis vervangt. Ook dit lid dient een voor de regeling relevante portefeuille te hebben. Hetgeen in deze regeling is bepaald ten aanzien van een lid van het algemeen bestuur is van overeenkomstige toepassing op het plaatsvervangend lid. 4.. De aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur vindt zo spoedig mogelijk plaats in de vergadering van de colleges van de gemeenten in de nieuwe samenstelling. 5.. De leden en de plaatsvervangende leden worden aangewezen voor een tijdvak van vier jaar. Ongeacht het tijdstip van benoeming treden zij af op de dag waarop de zittingsperiode van de colleges eindigt. Aftredende leden kunnen opnieuw als lid worden aangewezen. 6.. Een lid dat de hoedanigheid als lid van het college verliest, houdt ook op lid te zijn van het algemeen bestuur. 7.. Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Het lid deelt dit mede aan het college dat hem heeft aangewezen en aan het algemeen bestuur. Het lid blijft de functie waarnemen totdat een opvolger is aangewezen en deze de aanwijzing heeft aanvaard. 8.. In tussentijdse vacatures wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen acht weken, voorzien. 9.. Het algemeen bestuur kan op uitnodiging adviseurs aan zijn vergaderingen laten deelnemen. Deze adviseurs hebben geen stemrecht

Rechtspraak bij dit artikel