Vorderingen kunnen oninbaar worden verklaard indien:
de debiteur is vertrokken zonder bekende verblijfplaats;
de debiteur is overleden en er geen verhaal mogelijk is;
er sprake is van faillissement of toepassing WSNP;
de kosten van verdere invordering niet in verhouding staan tot de te verwachten opbrengst;
in redelijkheid vaststaat dat verhaal niet mogelijk is;
de vordering verjaard is.
Mandaatgrenzen oninbaarverklaring:
Tot € 1.000 per vordering: invorderingsambtenaar;
Vanaf € 1.000 college van burgemeester en wethouders.