Naar hoofdinhoud

Artikel 12.

Pgb-vaardigheid en beheer

Onderdeel van Beleidsregels Hart voor de Jeugd Weststellingwerf 2026

1.. Het Gebiedsteam beoordeelt ten aanzien van het beheer van het pgb de volgende vragen: Wie gaat het pgb beheren? (Iemand anders of ouder zelf) Is hij/zij daar, gelet op artikel 15 van de Verordening, toe in staat? (bijlage 6) 2.. Het verzoek om een persoonsgebonden budget ter financiering van de inzet van (niet) gebruikelijke hulp geboden door één van de ouders, waarbij de andere ouder namens de jeugdige het budget beheert, wordt afgewezen vanwege het ontbreken van objectiviteit tussen hulpverlener en budgethouder dan wel hulpverlener en pgb-beheerder waardoor onderlinge afhankelijkheid niet kan worden uitgesloten. 3.. Voor zover ouders verzoeken om een persoonsgebonden budget voor ondersteuning bij (niet) gebruikelijke hulp zoals bedoeld in artikel 12 van de Verordening, worden de volgende onderwerpen in ieder geval onderzocht: Wordt de ondersteuning bij niet-gebruikelijke hulp uitgevoerd door iemand uit het sociaal netwerk of door een formele aanbieder? Wordt de ondersteuning uitgevoerd door (een van de) ouders? Is er sprake van een wijziging in de situatie/omstandigheden waardoor de niet-gebruikelijke zorg is toegenomen? De draagkracht, draaglast en beschikbaarheid van ouders/gezin/sociaal netwerk; Blijven ouder(s) de ondersteuning bieden? 4.. Bij (dreigende) overbelasting van de ouder kan er geen pgb worden afgegeven voor een jeugdige waarvan de zorg wordt verleend door die ouder of diens partner. Het pgb kan wel worden aangewend om een derde in te zetten deze hulp (tijdelijk) over te nemen of daarin te ondersteunen, voor zover deze derde voldoet aan de kwaliteitseisen als bedoeld in artikel 18 Verordening. Check overbelasting via formulier in bijlage 5. 5.. Een budgethouder of budgetbeheerder wordt in beginsel niet in staat geacht de aan een pgb verbonden taken verantwoord te kunnen uitvoeren als sprake is van één of meer van de volgende omstandigheden: Het beheer wordt verricht door de persoon of organisatie die ook de jeugdhulp levert aan de budgethouder; Er sprake is van één of meer van de volgende omstandigheden: Schuldenproblematiek; Ernstige verslavingsproblematiek; Aangetoonde fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, begaan in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag; Een aanmerkelijke verstandelijke beperking; Een ernstig psychiatrisch ziektebeeld; Een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis; Het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift; Het niet verkrijgen van een Verklaring Omtrent het Gedrag.

Rechtspraak bij dit artikel