**1..** Bij voldoende eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen wordt geen individuele (jeugdhulp)voorziening toegekend.
**2..** De volgende zaken worden beschouwd als eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen:
Gebruikelijke hulp die door ouders wordt geboden;
Niet-gebruikelijke hulp die door ouders en/of netwerk wordt geboden, in kortdurende situaties, die passend is en geen overbelasting oplevert voor degene(n) die deze hulp verlenen;
De aanwezigheid van een aanvullende zorgverzekering die een passende vorm van hulp vergoedt;
Wanneer jeugdige of ouders ondersteuning die daadwerkelijk beschikbaar is binnen het gecontracteerde aanbod willen afnemen bij een niet gecontracteerde aanbieder die hogere tarieven hanteert dan het gecontracteerde tarief en jeugdige of ouders deze meerkosten financieel kunnen dragen met een inkomen op minimumniveau.
**3..** Om (de omvang van) gebruikelijke hulp vast te stellen wordt gebruik gemaakt van hoofdstuk 4 van de Beleidsregels paragraaf 6.3 van de Indicatiestelling voor de Jeugd-GGZ zoals deze luidden op 21 januari 2013. Daarbij worden de volgende factoren afgewogen:
Leeftijd,
Mate van zorg,
Mate van toezicht,
Mate van begeleiding,
De aard en de duur van de hulp, de mate van planbaarheid van de hulp en de behoeften van de jeugdige.
Gezinssituatie
**4..** (Dreigende) overbelasting als bedoeld in lid 2 onder b, wordt beoordeeld aan de hand van de vragenlijst ‘het onderzoeken van overbelasting’ die als bijlage 5 is toegevoegd aan de beleidsregels. Caregiver Strain Index – Meetinstrumenten in de zorg
**5..** Als de noodzakelijk geboden hulp de gebruikelijke hulp overstijgt is er sprake van bovengebruikelijke hulp. Bovengebruikelijke hulp valt onder de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen zo lang ouder(s) zonder problemen in staat en beschikbaar zijn om de bovengebruikelijke hulp te bieden. Bij bovengebruikelijke hulp beoordeelt het college of van ouder(s) verwacht mag worden dat ze deze hulp bieden.
Het college maakt hierbij onderscheid tussen kortdurende en langdurige situaties:
Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het gaat hierbij over een aaneengesloten éénmalige periode van maximaal drie maanden in één kalenderjaar.
Langdurend: het gaat om (een) chronische situatie(s) waarbij naar verwachting de jeugdhulp langer dan drie maanden nodig is of voor meerdere periodes van drie maanden in één kalenderjaar.
**6..** Bij (dreigende) overbelasting en het afgeven van een beschikking voor jeugdhulp moet in ieder geval ook blijken op welke wijze ouders en jeugdige zich inzetten om aan doelen te werken die de eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen zoveel als mogelijk vergroten zoals bedoeld in artikel 8.1.2. lid 3 Jeugdwet jo. artikel 12 Verordening.
Artikel 8.
Eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen
Onderdeel van Beleidsregels Hart voor de Jeugd Weststellingwerf 2026