Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 4.

Toegang tot jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts

Onderdeel van Verordening jeugdhulp Cranendonck 2026

1.. Het college draagt, overeenkomstig artikel 2.6, eerst lid, aanhef en onder e, van de wet, zorg voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder, als en voor zover de jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is. 2.. Als de huisarts, medisch specialist en jeugdarts verwijst naar een aanbieder waarmee het college geen subsidie- of contractrelatie heeft en deze aanbieder van oordeel is dat, op grond van de professionele standaarden en de regels uit deze verordening, inzet van jeugdhulp in de vorm van een individuele voorziening nodig is, komt deze jeugdhulp uitsluitend voor vergoeding in aanmerking na voorafgaande toestemming door het college. Het college weigert die toestemming als het van oordeel is dat er aan de jeugdige of zijn ouders ook passende ondersteuning kan worden geboden door een jeugdhulpaanbieder waarmee de gemeente een contract- of subsidierelatie heeft. De toestemming kan ook worden geweigerd als het college van oordeel is dat de aanbieder zich bij het bepalen of en welke jeugdhulp noodzakelijk is niet heeft gehouden aan de professionele standaarden of aan de regels uit deze verordening voor het bepalen van de noodzaak en de omvang van de jeugdhulp. 3.. De jeugdhulpaanbieder houdt zich bij het beoordelen van de hulpvraag na een verwijzing aan de regels in deze verordening en aan de afspraken die hij daarover met het college heeft gemaakt in het kader van de contract- of subsidierelatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel