De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt kan de jeugdhulp betrekken van een persoon die geen professional is, mits:
het niet gaat om een (ggz-)behandeling en/of diagnostiek en/of therapie of andere producten die vallen onder de productgroep “specifieke doelgroepen”, “advies”, “verblijf/opname”, “intensief ambulant” en “crisis” uit de verwijsgids jeugdhulp RiGG;
de ondersteuning aan de jeugdige of zijn ouders niet leidt tot overbelasting bij de persoon die de jeugdhulp verleent;
er op geen enkele wijze druk op de ontvanger van het pgb is uitgeoefend bij de aanvraag ervan;
vaststaat dat de informele hulpverlener in staat is tot het verrichten van de zorg op kwalitatieve, doelmatige en veilige wijze;
degene die de informele hulp verleent voldoende professionele afstand heeft voor zover de inhoud van de jeugdhulp dit vereist. Er is in elk geval geen sprake van voldoende professionele afstand wanneer een gezinslid of een familielid tot de tweede graad jeugdhulp verleent in de vorm van behandeling. Een behandeling en/of het stellen van een diagnose en/of therapie kan alleen door een professional worden verleend die niet tot het sociale netwerk van de jeugdige behoort;
de persoon die de informele ondersteuning verleent, werkt op basis van een plan waarin activiteiten en doelen zijn vastgelegd en legt de voortgang ook minimaal halfjaarlijks schriftelijk vast.
Ondersteuning kan niet worden geboden door iemand vanuit het sociaal netwerk als die ondersteuning, conform het afwegingskader voor verantwoorde werktoedeling op basis van het Kwaliteitskader Jeugd, geboden moet worden door een geregistreerde professional.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 5
Artikel 17.
Voorwaarden/kwaliteitseisen toekenning pgb informeel
Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Eemsdelta 2026