Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 26.

Afstemming met voorliggende voorzieningen en andere vormen van hulp en ondersteuning

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Eemsdelta 2026

Het college stemt de jeugdhulp waaraan een jeugdige of een ouder behoefte heeft, ten minste af op het aanbod van activiteiten, diensten of middelen op grond van: de Jeugdwet met de Gecertificeerde Instellingen, Raad voor de Kinderbescherming en Justitiële Jeugdinrichtingen in elk geval met betrekking tot de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen, strafrechtelijke beslissingen en jeugdreclassering; de Wet kinderopvang, de Leerplichtwet, de Wet passend onderwijs, de Wet publieke gezondheid en voor- en vroegschoolse educatie en peuterspeelzalen; de Participatiewet, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en andere inkomensvoorzieningen, re-integratievoorzieningen en armoedevoorzieningen; de Wet Inburgering 2021 of andere van toepassing zijnde inburgeringswetten; de Wet langdurige zorg, de Zorgverzekeringswet, de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg en de Wet publieke gezondheid waarbij zowel afgestemd wordt met zorgverzekeraars , het CiZ en het zorgkantoor als met uitvoerende professionals; de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; de Wet tijdelijk huisverbod; Veilig Thuis. Afstemming zoals bedoeld in het eerste lid kan zowel plaatsvinden op beleidsniveau voor het maken van algemene werkafspraken als op individueel niveau. Wanneer het voor afstemming in een individueel geval nodig is om gegevens te delen, informeert het college de jeugdige en/of zijn ouders over de verwerking van hun persoonsgegevens en vraagt indien nodig aanvullende toestemming.

Rechtspraak bij dit artikel