Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 5

Verlaging gehuwden

Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen WWB 2007

Geen verlaging1. Geen verlaging als bedoeld in artikel 26 van de wet vindt plaats, indien in de woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft of indien de woning uitsluitend wordt gedeeld met:a. inwonende kinderen die aldaar hun hoofdverblijf hebben en geen van deze kinderen een inkomen heeft dat gelijk is aan of hoger is dan de norm als bedoeld in artikel 21, onderdeel a, van de wet; en/ofb. een verzorgingsbehoevende die aldaar zijn hoofdverblijf heeft en die door de gehuwde(n) (mede) wordt verzorgd. Verlaging 6%2. De verlaging als bedoeld in artikel 26 van de wet bedraagt 6% van de gehuwdennorm voor gehuwden in wier woning uitsluitend inwonende kinderen hun hoofdverblijf hebben en tenminste één van deze kinderen een inkomen heeft dat gelijk is aan of hoger is dan de norm als bedoeld in artikel 21, onderdeel a, van de wet. 3. De verlaging als bedoeld in artikel 26 van de wet bedraagt 6% van de gehuwdennorm voor gehuwden in wier woning een ander zijn hoofdverblijf heeft, indien een zakelijke overeenkomst inzake het gebruik van de woning is aangetoond. Verlaging 15%4. De verlaging als bedoeld in artikel 26 van de wet bedraagt 15% van de gehuwdennorm voor gehuwden die inwonen bij hun ouder(s). 5. De verlaging als bedoeld in artikel 26 van de wet bedraagt 15% van de gehuwdennorm voor gehuwden op wie het eerste tot en met het vierde lid niet van toepassing zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel