Naar hoofdinhoud
1.. De vaststelling van de subsidie vindt plaats op basis van artikel 13 of artikel 14 van de Algemene subsidieverordening Medemblik. 2.. De eindverantwoording van de subsidie vindt plaats op basis van artikel 13 of artikel 14 van de Algemene subsidieverordening Medemblik. 3.. De subsidieaanvrager dient voor 1 juni volgend op het subsidiejaar de subsidieverantwoording en de aanvraag voor vaststelling van de subsidie in. 4.. De aanbieder van voorschoolse voorzieningen met VE aanbod: De peuteropvang draagt per kwartaal zorg voor de verantwoording van de bezetting van alle typen peuterplaatsen per locatie (wel/geen VE in combinatie met wel/geen kinderopvangtoeslag; de hoogte van de gemiddelde ouderbijdrage) in een daarvoor bestemd format. Draagt zorg voor de archivering van de benodigde gegevens voor het uitvoeren en verantwoorden van de activiteiten. Levert voor de eindverantwoording naast het in lid 4a gestelde, een financieel en inhoudelijk verslag aan. Het financieel verslag vindt plaats in een daarvoor bestemd format. In de inhoudelijke verantwoording beschrijft de aanbieder: Hoe uitvoering is gegeven aan de opvang met voorschoolse educatie en de aanvullende eisen zoals genoemd in artikel 11 van deze nadere regels. De aanbieder geeft daarbij aan of en hoe de afspraken uit Onderwijskansenbeleid - gemeente Medemblik aan de orde zijn geweest en wat de eventuele knelpunten waren. 5.. Indien bij vaststelling blijkt dat er sprake is van meer of minder afgenomen reguliere of VE peuteruren, dan wordt het te weinig of te veel aan verstrekte subsidie verrekend. 6.. Het aantal aangevraagde uren van de HBO-coach/beleidsmedewerker in de voorschoolse educatie wordt bij de subsidievaststelling niet aangepast, tenzij er een toename van het aantal doelgroeppeuters is van 10% of meer op 1 januari van het betreffende jaar. Dan wordt uitgegaan van een berekening op basis van het totaal aantal geplaatste doelgroeppeuters op 1 januari van het betreffende jaar. 7.. Periodiek kan een controle door het college worden uitgevoerd waarbij de volgende gegevens gecontroleerd kunnen worden: Een gedagtekende overeenkomst tussen de aanbieder en ouder van het kind; Het in de overeenkomst opgenomen aantal uren peuteropvang en voorschoolse educatie; Van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag een ondertekende ouderverklaring en een inkomensverklaring van de Belastingdienst, inclusief de berekening van de ouderbijdrage; Van doelgroeppeuters een indicatieformulier van JGZ.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel