Naar hoofdinhoud
1.. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen beleid, taken en bevoegdheden of inwonerparticipatie wordt toegepast. 2.. Het bestuursorgaan past bij inwonerparticipatie bij het vaststellen of wijzigen van: het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet; de omgevingsvisie als bedoeld in artikel 3.1 van de Omgevingswet, of een programma als bedoeld in artikel 3.4 van de Omgevingswet, zoveel mogelijk deze verordening toe, waarbij het bestuursorgaan de motiveringsplicht als bedoeld in de artikelen 10.2, 10.7 en 10.8 van het Omgevingsbesluit in acht neemt. 3.. Er vindt geen inwonerparticipatie plaats als: het om de uitvoering of evaluatie van bestaand beleid gaat geldend op de dag van inwerkingtreding van deze verordening, zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid, tenzij het bestuursorgaan uitdrukkelijk anders beslist; het om een ten tijde van inwerkingtreding van deze verordening, zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid, lopend uitvoerings- of evaluatietraject gaat; het om een ondergeschikte herziening van het beleid of een traject als bedoeld onder b gaat; (inwoner)participatie bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; de uitkomst van inwonerparticipatie vanwege de spoedeisendheid niet kan worden afgewacht; de verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving zwaarder moet wegen; er sprake is van uitvoering van hogere regelgeving, waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; het om interne aangelegenheden van de gemeente gaat, of het om de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening of belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet gaat.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel