Aan het Dagelijks Bestuur van BsGW wordt overgedragen de bevoegdheid tot:
de aanwijzing van een of meer ambtenaren van de BsGW als heffingsambtenaar, als bedoeld in artikel 232, vierde lid, onder a van de Gemeentewet en artikel 124, vijfde lid, onder a van de Waterschapswet, bevoegd tot het heffen van belastingen en de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken;
de aanwijzing van een of meer ambtenaren van de BsGW als invorderingsambtenaar, als bedoeld in artikel 232, vierde lid, onder b van de Gemeentewet en artikel 124, vijfde lid onder b van de Waterschapswet, bevoegd tot het invorderen van belastingen;
de aanwijzing van een of meer ambtenaren van de BsGW of een (gerechts)deurwaarder als belastingdeurwaarder, als bedoeld in artikel 232, vierde lid, onder d van de Gemeentewet en artikel 124, vijfde lid, onder d van de Waterschapswet;
de aanwijzing van een of meer ambtenaren van de BsGW als ambtenaar van de BsGW als bedoeld in artikel 232, vierde lid, onder c van de Gemeentewet en artikel 124, vijfde lid, onder c van de Waterschapswet, bevoegd tot het heffen en invorderen van belastingen en de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken;
het beslissen op administratieve beroepen tegen afgewezen verzoeken om kwijtschelding;
het vaststellen van uitvoeringsregels samenhangend met het combibiljet;
afhandelen van bezwaar-en beroepschriften inzake belastingen.