Toewijzing van een vrijkomende standplaats op een bestaande woonwagenlocatie vindt plaats aan de hand van de volgende voorrangsregels en volgorde:
Eerste- of tweedegraads verwanten van de huidige bewoners op de betreffende locatie die sinds hun geboorte als kind altijd op deze locatie hebben gewoond.
Eerste-, tweede-, en derdegraads bloed verwanten van de huidige bewoners op de betreffende locatie, die ten tijde van het beschikbaar komen van de standplaats en/of woonwagen al tenminste drie jaar op de betreffende woonwagenlocatie als inwonende verblijven en daar tenminste drie jaar ingeschreven staan in de gemeentelijke basisregistratie.
Eerste-, tweede-, en derdegraads bloed verwanten van de huidige bewoners op de betreffende locatie, die ten tijde van het beschikbaar komen van de standplaats en/of woonwagen niet meer op de betreffende woonwagenlocatie verblijven, echter daar in het verleden wel gewoond hebben.
Eerste-, tweede-, en derdegraads bloed verwanten van de huidige bewoners op de betreffende woonwagenlocatie, die op dit moment op een andere woonwagenlocatie in de gemeente woonachtig zijn.
Overige eerste-, tweede-, en derdegraads bloed verwanten van de bewoners op de betreffende woonwagenlocatie;
Alle standplaatszoekenden die aan de inschrijfvoorwaarden voldoen.
Voor al bovenstaande bepalingen geldt als blijkt dat er sprake is van gelijke geschiktheid, de standplaatszoekende met de hoogste positie op de wachtlijst voorrang zal krijgen. Als er dan nog sprake is van gelijke geschiktheid krijgt de standplaats zoekende met de hoogste leeftijd voorrang boven de ander, en indien er sprake is van gelijke leeftijd, zal er loting plaatsvinden.
Bij het ontwikkelen van nieuwe woonwagenlocaties geschiedt de eerste toewijzing op basis van het genoemde in artikel 6.
Als er meerdere standplaatsen met woonwagens op één locatie tegelijkertijd beschikbaar zijn, zal de zoekende die als eerste in aanmerking komt als eerste de gelegenheid krijgen om te kiezen. Bij gelijke geschiktheid zal de positie op de wachtlijst doorslaggevend zijn. Als er dan nog sprake is van gelijke geschiktheid zal er loting plaatsvinden.
Voordat definitief tot een toewijzing van een standplaats of woonwagen overgegaan wordt, zal altijd in overleg getreden worden met de huidige bewoners van de betreffende woonwagenlocatie. De sociaal-maatschappelijke verhoudingen op de betreffende woonwagenlocatie kunnen aanleiding zijn om af te wijken van de in dit artikel beschreven volgorde.
Het college van burgemeester en wethouders besluit aan de hand van de plaats op de wachtlijst én het overleg aan wie een standplaats wordt aangeboden.
Artikel 5
Volgorde bij toewijzing van een standplaats op een bestaande locatie
Onderdeel van Nadere regels toewijzing woonwagens en standplaatsen gemeente Zevenaar 2026