De gemeente heeft een zorgplicht voor het realiseren en in stand houden van voldoende standplaatsen voor woonwagens in lijn met het Rijksbeleid8 Het Rijk stelt kaders* voor gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid, met aandacht voor de culturele identiteit van woonwagenbewoners, gelijke kansen en mensenrechten (*Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid, opgesteld door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) in 2018). Gemeenten zijn verantwoordelijk voor uitvoering, behoefte-inventarisatie en monitoring, ondersteund door praktische handreikingen, zoals de VNG Wegwijzer (BZK, 2018).. De uitgifte van grond voor woonwagens of standplaatsen kan rechtstreeks plaatsvinden aan woonwagenbewoners of aan woningcorporaties die, al dan niet in opdracht van de gemeente, woonwagens exploiteren.
Eén-op-één uitgifte
Omdat de doelgroep en het beoogde gebruik vooraf vaststaan en de gemeente daarbij objectieve en toetsbare criteria hanteert, is bij de uitgifte van grond voor woonwagens doorgaans sprake van slechts één serieuze gegadigde. In die gevallen is een openbare selectieprocedure niet vereist. Een voornemen tot één-op-één uitgifte wordt echter altijd gepubliceerd en voorzien van een duidelijke motivering. De gemeente voert geen afzonderlijk beleid specifiek gericht op woonwagenstandplaatsen. Voor zover er binnen de gemeente standplaatsen aanwezig zijn, wordt een lijst met geïnteresseerden bijgehouden. Indien er één kandidaat is zal de gemeente één-op-één uitgeven en volstaan met publicatie van de één-op-één uitgifte.
Selectieprocedure: afwegingskader
Indien er meerdere kandidaten zijn wordt een zogenoemd afwegingskader toegepast en zal de gemeente ook anderen in de gelegenheid stellen om hen een gelijke kans te bieden, door het volgen van een (enkelvoudige) selectieprocedure, een en ander volgens de volgende selectiecriteria:
de familie woont al meerdere generaties in woonwagens (afstammingsbeginsel);
de familie (bloed- of aanverwanten in de eerste of tweede graad) woont op een woonwagenlocatie binnen de gemeente (familieband);
de aanvrager is minimaal 18 jaar oud (leeftijdseis);
de aanvrager bezit de Nederlandse nationaliteit of verblijft rechtmatig in Nederland (nationaliteit/verblijfsstatus).
Binnen het afwegingskader wegen de verschillende criteria niet even zwaar. Een zwaarder gewicht wordt toegekend aan kandidaten die geboren en getogen zijn op een woonwagenlocatie binnen de gemeente en die nog bij (groot)ouders wonen (afstammingsbeginsel).
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.2
Artikel 5.2.13
Woonwagens en standplaatsen
Onderdeel van Didam-beleidsregel 2026 gemeente Castricum