In verband met belemmering van de
stadsvernieuwing
Burgemeester en wethouders houden de beslissing op een
aanvraag aan indien:
een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel
3.7 van de Wet ruimtelijke ordening van kracht is
met het oog op de voorbereiding van een
stadsvernieuwingsplan of van een herziening
daarvan;
dat besluit is genomen voordat de aanvraag om
vergunning werd ingediend;
redelijkerwijs mag worden verwacht dat de in het
stadsvernieuwingsplan op te nemen maatregelen
nadelig kunnen worden beïnvloed door de
voorgenomen splitsing, en
redelijkerwijs mag worden verwacht dat het
belang dat de vergunningaanvrager bij splitsing
heeft, niet opweegt tegen het belang van het
voorkomen van belemmering van de modernisering of
vervanging.
De aanhouding als bedoeld in het eerste lid duurt niet
langer dan tot het moment dat het voorbereidingsbesluit
ingevolge artikel 3.7 van de Wet ruimtelijke ordening is
vervallen, waarna burgemeester en wethouders binnen vier
weken beslissen op een aanvraag om een
splitsingsvergunning.
In verband met de toestand van het gebouw
Burgemeester en wethouders houden de beslissing op een
aanvraag aan indien de aanvrager aannemelijk kan maken
dat hij de gebreken als bedoeld in artikel 50, derde lid
met het oog op de voorgenomen splitsing zal opheffen
binnen een daarvoor door burgemeester en wethouders
gestelde termijn.
Van gebreken als bedoeld in het voorgaande lid is in
ieder geval sprake, indien een handhavingsbesluit
ingevolge artikel 1b, tweede lid van de Woningwet is
genomen of is aangeschreven ingevolge de artikelen 13 of
13a van de Woningwet.
In geval van het vierde lid, wordt in het besluit tot
aanhouding met betrekking tot de op te heffen gebreken
en de daarvoor geldende termijn verwezen naar die
aanschrijving.
Nadat door burgemeester en wethouders is vastgesteld dat
de gebreken als bedoeld in artikel 50 derde en vierde
lid zijn hersteld, dan wel de noodzakelijke
voorzieningen zijn getroffen binnen de daarvoor
aangegeven termijn, wordt met inachtneming van de
Bouwverordening van de betreffende gemeente binnen vier
weken de vergunning verleend.
HOOFDSTUK 3 › AFDELING II › Paragraaf 7
Artikel 51
Aanhoudingsgronden
Onderdeel van Regionale huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2010